Toelichting overzicht aanvragen

Over elke aanvraag heeft de raad een subsidieadvies gegeven. Er zijn vier varianten:

 
  1. Een instelling is subsidiabel
    Van de 126 aanvragen heeft de raad over 54 aanvragen een positief subsidieadvies gegeven. In deze gevallen adviseert de raad de minister om subsidie toe te kennen aan de instelling.


  2. Een instelling is subsidiabel, maar de raad adviseert de minister om een of meer voorwaarden aan de subsidietoekenning te verbinden (‘ja, mits’)
    In 25 gevallen geeft de raad een positief subsidieadvies, maar verbindt hij hieraan nog een of meer voorwaarden – of verzoekt hij om aanvullingen op het plan van de instelling. Deze voorwaarden kan de minister als verplichting opnemen bij de subsidietoekenning.


  3. Een instelling is niet subsidiabel, tenzij er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (‘nee, tenzij’)
    In 14 gevallen geeft de raad een negatief subsidieadvies, maar adviseert hij de minister de instelling een herkansing te geven. De minister kan op basis hiervan de instelling de gelegenheid geven om voor de start van de nieuwe subsidieperiode opnieuw een aanvraag in te dienen. In deze gevallen geeft de raad wel aan welk bedrag hij adviseert om te reserveren voor de vervulling van deze positie in de BIS.


  4. Een instelling is niet subsidiabel
    Over 33 aanvragen heeft de raad een negatief subsidieadvies gegeven. Het gaat dan grotendeels om instellingen die in de competitie om een beperkt aantal plaatsen het niet hebben gered of die niet aan de gestelde criteria voldoen. Wanneer een negatief subsidieadvies leidt tot een onvervulde plek in de BIS, dan kan de minister deze positie opnieuw openstellen.

Verschillende instellingen houden in hun aanvraag rekening met een indexering van de subsidie in verband met een toekomstige stijging van lonen en prijzen. Daardoor zijn de gevraagde bedragen soms iets hoger dan het subsidieplafond en verschillen bij diverse instellingen de gevraagde bedragen voor de jaren 2017 en 2020. De door de minister toegekende subsidiebedragen worden in principe jaarlijks geïndexeerd, waardoor effectief het subsidiebedrag voor 2020 straks hoger zal zijn dan het subsidiebedrag voor 2017. Wel zijn er instellingen die stellen dat de indexering die de minister toepast jaarlijks te laag is, waardoor ze elk jaar een groter bedrag tekort komen. De indexering die de minister hanteert is gebaseerd op indexcijfers van het CBS, die door het ministerie van Financiën worden doorgegeven aan de vakdepartementen. Indien bepaalde kosten sneller stijgen dan deze indexering, dan zal de instelling zelf maatregelen moeten nemen om de begroting sluitend te houden.

Indien het verschil tussen het aangevraagde bedrag en het geadviseerde bedrag meer dan 5% bedraagt van de totale baten in de aanvraag, dan heeft de raad dat als “substantieel lager” aangemerkt.