Inleiding
Film

Inleiding
Film

Dankzij subsidie kan de Nederlandse filmsector bloeien. Zo heeft het Nederlands Filmfonds in 2015 ruim zevenhonderd projecten en activiteiten ondersteund. Hiertoe behoren ook filmfestivals, waarvan er drie structureel door het Rijk worden ondersteund en deel uitmaken van de huidige basisinfrastructuur. Dat geldt ook voor Film Instituut Nederland, dat de functie van ondersteunende instelling vervult.

Film Instituut Nederland (hierna: EYE) fungeert onder meer als museum, beheerder van het audiovisueel erfgoed, wetenschappelijk instituut, vertoner en promotor van de Nederlandse film. Daarnaast biedt de BIS ruimte aan drie filmfestivals: een festival voor de Nederlandse film, een internationaal festival voor documentaires en een internationaal festival voor arthousefilms. Naar aanleiding van een Tweede Kamermotie is de basisinfrastructuur met ingang van de komende periode uitgebreid met een festival dat zich richt op de Nederlandse jeugdfilm. De drie eerstgenoemde festivals ontvangen een gezamenlijk totaalbedrag; voor het festival voor de Nederlandse jeugdfilm is een apart bedrag vastgesteld.

Alleen de filminstellingen die nu al rijkssubsidie ontvangen hebben een subsidieaanvraag ingediend voor de komende periode. De raad oordeelt positief over deze aanvragen. Dit betekent dat de raad adviseert om EYE, het International Filmfestival Rotterdam (hierna: IFFR), het International Documentary Filmfestival Amsterdam (hierna: IDFA) en het Nederlands Film Festival (hierna: NFF) wederom op te nemen in de BIS.

Eén instelling, Cinekid, heeft een subsidieaanvraag ingediend voor de plek van festival voor jeugdfilm. Ook deze aanvraag beoordeelt de raad positief, maar hij adviseert wel aan deze honorering voorwaarden te stellen.

Integrale afweging

Bij de beoordeling van de plannen van de instellingen heeft de raad een aantal knelpunten geconstateerd. Voor een zo effectief en efficiënt mogelijke besteding van subsidiegelden is het van belang alle filmfestivals in de BIS in samenhang tot elkaar te kunnen beschouwen. Dat is nu niet mogelijk omdat er twee subsidieplafonds zijn voor de vier filmfestivals en deze plafonds niet met elkaar in verband staan. Voor het IDFA, IFFR en NFF gezamenlijk is 2.570.000 euro beschikbaar; voor Cinekid alleen is 910.000 euro beschikbaar.

De onevenredige verhouding tussen deze subsidieplafonds heeft de raad bij de advisering ernstig beperkt, en deze is in zijn ogen dan ook onwenselijk. Niet alleen Cinekid maar ook EYE en de andere BIS-filmfestivals verzorgen in meer of mindere mate kwalitatief hoogstaand aanbod en activiteiten op het terrein van jeugdfilm en filmeducatie. Binnen het aanbod van de festivals wordt hierdoor een onevenredig groot aantal van dit soort activiteiten financieel ondersteund. Door voor een festival voor jeugdfilm een eigen (relatief zeer hoog) subsidieplafond te reserveren, is het niet mogelijk om de subsidie op een andere, doelmatiger manier onder de verschillende genres en terreinen te verdelen.

Als de raad bovendien IDFA, IFFR of NFF tegemoet wil komen in de gevraagde subsidie zou dit ten koste gaan van het budget van een van de andere festivals – en dat zou op basis van de huidige aanvragen onterecht zijn. Wanneer het (ruime) budget voor de jeugdfilm erbij betrokken kan worden, is er meer ruimte om kwaliteit te belonen.

De raad heeft geoordeeld dat alle aanvragende festivals subsidie verdienen. Vanwege de zeer overtuigende aanvraag en vanwege de kwaliteit van het IDFA adviseert de raad het subsidiebedrag voor het IDFA te verhogen tot 985.000 euro. Voor IFFR en NFF adviseert de raad het huidige subsidiebedrag toe te kennen. Dat geldt ook voor Cinekid; de raad adviseert het bedrag te verlenen dat Cinekid in de huidige periode van het Filmfonds ontvangt. De aanvraag van Cinekid rechtvaardigt naar de mening van de raad geen hoger bedrag. De verhoging van het subsidiebedrag voor IDFA kan bekostigd worden uit het geld dat overblijft naar aanleiding van het raadsadvies over Cinekid.

In het geval de aanvragen conform de verdeling van de subsidieplafonds worden gehonoreerd ontstaat er een zeer grote ongelijkheid tussen de subsidiebedragen per bezoeker per festival; dit zou neerkomen op 9 euro subsidie per bezoeker voor IFFR, IDFA en NFF tegenover circa 27 euro subsidie per bezoeker voor Cinekid. Deze ongelijkheid is te meer prangend omdat de raad van mening is dat Cinekid, vanwege de bijzondere focus op nieuwe media en media-educatie, niet uitsluitend rijkssubsidie zou moeten ontvangen via het budget voor de filmsector.

De raad adviseert voor de volgende BIS-periode een gezamenlijk subsidieplafond voor alle filmfestivals in te stellen, zodat hij een integrale afweging kan maken.

Afstemming, coördinatie en samenwerking in de filmsector

Sommige taken die door de festivals worden verricht zijn organisatie-overschrijdend en dienen op landelijk of centraal niveau te worden gecoördineerd. Dat zal leiden tot synergie en een effectiever en efficiënter gebruik van financiële middelen voor de gehele sector. Naar aanleiding van de beoordeling van de BIS-aanvragen wijst de raad in dat verband op onderstaande aandachtspunten.

Promotie van Nederlandse film

De vier festivals en EYE zetten zich alle in meer of mindere mate in voor de nationale en internationale promotie van de Nederlandse film. In landelijk perspectief vervullen EYE, NFF en ook het Filmfonds hierbij een belangrijke rol. In het advies over het NFF constateert de raad dat dit festival vooral een op Nederland gerichte marketingfunctie heeft voor de Nederlandse film (en het televisiedrama). Op grond van de regeling heeft alleen EYE, als ondersteunende instelling, de taak internationale promotie te verzorgen. EYE heeft echter een tweeledige taak, waarbij zij naast de (inter)nationale promotie van Nederlandse film ook de promotie van het instituut zelf moet verzorgen. Dit levert in de ogen van de raad spanning tussen belangen op. Alle activiteiten die betrekking hebben op de promotie van de Nederlandse film zouden volgens de raad mede daarom beter door het Filmfonds kunnen worden gecoördineerd. Het fonds maakt tenslotte deel uit van het maak-, financierings- en distributietraject van de in Nederland geproduceerde en uitgebrachte films.

Het ligt voor de hand IDFA en IFFR te betrekken bij de internationale promotie van de Nederlandse film en documentaire. Deze festivals hebben een breed internationaal netwerk en de internationale markt is op deze festivals ruim vertegenwoordigd.

Filmeducatie

Ook op het gebied van filmeducatie is coördinatie en afstemming gewenst. Via het Netwerk Filmeducatie, dat wordt gecoördineerd door EYE en waarvan ook de filmfestivals uit de BIS deel uitmaken, kunnen de educatieactiviteiten nationaal en lokaal beter worden afgestemd en beter zichtbaar worden gemaakt.

Om alle activiteiten van de verschillende (BIS-)instellingen in kaart te brengen, aan elkaar te verbinden en samenwerking te bevorderen is een heldere route en een inzichtelijk activiteitenpakket voor filmeducatie in Nederland noodzakelijk. De raad adviseert daarom de instellingen te vragen de activiteiten op het gebied van filmeducatie beter te coördineren, lokale initiatieven hierbij te betrekken en de daarvoor beschikbare budgetten expliciet en transparant te maken. De partij die hierbij de centrale regie heeft moet de eigen activiteiten daarvan duidelijk gescheiden houden.

Mediawijsheid

EYE heeft een taak op het gebied van filmeducatie en mediawijsheid. Hoewel het geen voorwaarde is in de regeling, zet ook Cinekid sterk in op mediawijsheid, met name met het Medialab. Cinekid noemt dit zelf media-educatie.

De raad adviseert de instellingen aan te moedigen ook op dit gebied meer te gaan samenwerken. Zij kunnen bijvoorbeeld een landelijk curriculum opzetten rondom mediawijsheid (in het bijzonder film- en media-educatie). Hierbij kunnen ook andere partijen die activiteiten over mediawijsheid organiseren worden betrokken, zoals openbare bibliotheken of het Instituut voor Beeld en Geluid.

De raad adviseert ook alle BIS-instellingen te vragen de coördinatie van de activiteiten op het gebied van media-educatie, inclusief de bijbehorende budgetten, expliciet en transparant te maken en ook lokale initiatieven hierbij te betrekken. Ook hier geldt: de partij die hierbij de centrale regie heeft, dient het budget en de activiteiten niet te vermengen met de eigen educatieactiviteiten.

Talent- en kennisontwikkeling

Alle festivals besteden aandacht aan talentontwikkeling en kennisontwikkeling. In het advies Talentontwikkeling in de audiovisuele sector concludeerde de raad dat het de efficiency op dit gebied ten goede zou komen als de coördinatie zou worden belegd bij het Filmfonds. 1

Net als de filmfestivals en het Filmfonds organiseert EYE, ter promotie of kennisdeling, waardevolle en goedbezochte bijeenkomsten en andere sector-ondersteunende activiteiten. De raad is van mening dat er, om overlap te vermijden en efficiency te vergroten, veel meer afstemming en coördinatie moet zijn tussen EYE en de andere partijen over dergelijke activiteiten.

Voor een betere inzet van middelen en een hoger resultaat adviseert de raad de instellingen te vragen vanuit een centrale regie een duidelijke afbakening en coördinatie van de activiteiten te organiseren op het gebied van talent- en kennisontwikkeling, inclusief de bijbehorende budgetten.

‘Talentontwikkeling in audiovisuele sector’,
Raad voor Cultuur, 2015.