Inleiding
Opera

Inleiding
Opera

Nederland kent een levendige operatraditie, met kleine en grote gezelschappen en verschillende festivals. Naast de drie instellingen in de huidige basisinfrastructuur, De Nationale Opera, de Nederlandse Reisopera en Opera Zuid, zijn er bijvoorbeeld de gezelschappen Opera Trionfo, Opera2Day en Holland Opera en festivals als Operadagen Rotterdam en Opera Spanga. De raad onderschrijft het belang en de kwaliteit van opera in Nederland. Door de combinatie van een groot, gevestigd operahuis met gezelschappen en festivals is opera voor iedereen in het land bereikbaar.

De basisinfrastructuur heeft volgens artikel 3.20 en 3.21 van de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020 maximaal drie instellingen die samen, en in onderlinge samenwerking, een grootschalig en reizend opera-aanbod verzorgen, verspreid over het hele land. Het gaat om één functie voor grootschalig aanbod met een bedrag van 24.420.000 euro. Er zijn twee functies voor reizend opera-aanbod: één in de regio Oost met een subsidiebedrag van 3.550.000 euro en één in de regio Zuid met een subsidiebedrag van 1.020.000 euro. De drie organisaties hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling in Nederland.

Voor elk van deze functies heeft de raad een aanvraag ter beoordeling ontvangen. Van De Nationale Opera voor grootschalig opera-aanbod en van de Nederlandse Reisopera en van Opera Zuid voor reizend opera-aanbod. Deze instellingen zijn ook vertegenwoordigd in de basisinfrastructuur 2013 – 2016, voor ongeveer dezelfde subsidiebedragen.

Reizend opera-aanbod in Nederland

De Nederlandse Reisopera en Opera Zuid zorgen ervoor dat opera’s door het hele land te zien zijn. De raad vindt het belangrijk dat er reizende operavoorzieningen zijn in Nederland; opera’s en muziektheater van een hoog niveau moeten voor iedereen in het land toegankelijk zijn. De raad is verheugd dat beide gezelschappen, ondanks fikse bezuinigingen, in 2013 – 2016 hebben geknokt voor het behoud van opera-aanbod. De raad maakt zich echter zorgen over de houdbaarheid van het reizende opera-aanbod: beide gezelschappen staan de komende periode voor grote uitdagingen.

De Nederlandse Reisopera heeft de afgelopen BIS-periode ruim 60 procent minder rijkssubsidie ontvangen ten opzichte van de periode 2009 – 2012 en moest met weinig middelen kwalitatief goed opera-aanbod overeind houden, verspreid over het land. De raad is van mening dat het huidige budget niet toereikend was voor de Nederlandse Reisopera om het reizende opera-aanbod duurzaam en kwalitatief vorm te geven en te ontwikkelen. De raad adviseert om met andere overheden te spreken over meer structurele ondersteuning van dit opera-aanbod. De raad ziet substantiële verbeteringen in het verdienmodel van de Nederlandse Reisopera, die vertrouwen geven dat de instelling in de nabije toekomst ruimer kan voldoen aan de eigen inkomstennorm.

De raad heeft zorgen over het artistieke beleid van Opera Zuid. De producties waren de afgelopen periode van een matig niveau en het gezelschap heeft zich de afgelopen BIS-periode weinig ontwikkeld. De huidige aanvraag laat weinig verbetering zien op dit vlak en toont evenmin een visie op het kwaliteitsproces. Daarnaast vindt de raad de huidige werkwijze onwenselijk. Op basis van bovenstaande kritiek adviseert de raad de aanvraag van Opera Zuid niet te honoreren, tenzij de instelling op korte termijn een nieuw plan indient dat uitzicht geeft op verbetering van de artistieke kwaliteit.

Samenwerking en afstemming

De raad constateert in Agenda Cultuur dat het aanbod aan reizende Nederlandse operaproducties in het land is afgenomen. 1 Dit kleinere aanbod en de prijsstijging van de producties uit Oost-Europa leiden ertoe dat minder theaters in de omstandigheden zijn om opera te programmeren. Naar de mening van de raad is het nog belangrijker geworden om te zorgen voor een gespreid aanbod. Het verheugt de raad dat de drie BIS-instellingen voor de komende periode hun planning op elkaar hebben afgestemd. De raad juicht het toe als alle opera-organisaties in Nederland, zowel BIS-instellingen als andere organisaties, hun repertoire en speeldata onderling afstemmen, om samen tot een gevarieerd aanbod van opera te komen. De raad meent dat door afstemming een effectieve spreiding van opera-aanbod tot stand komt en dat de BIS-instellingen hierin het voortouw mogen nemen.

Samenwerking in nieuwe operastudio

De drie opera-instituten in de BIS hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling in Nederland, om zangers en regisseurs ervaring te laten opdoen in kwalitatief goede operavoorstellingen. De Nationale Opera is de aanjager van deze trajecten en volgens de subsidieregeling de coördinator van de activiteiten. Er zijn hiervoor de afgelopen periode diverse initiatieven ontplooid, maar de raad betreurt het dat de ontwikkelingen te langzaam gaan om tot een gemeenschappelijk en samenhangend traject te komen.

De drie instellingen hebben voor de komende BIS-periode het plan opgevat om in 2018 gezamenlijk een operastudio te beginnen. De raad vindt de komst van de operastudio een stap vooruit, maar mist een concrete uitwerking van dit voornemen. De raad wil meer weten over de doelstellingen, de wijze van werven, selecteren (voor rollen) en begeleiden. Ook vraagt de raad zich af hoe de operastudio zich gaat verhouden tot het eigen traject van De Nationale Opera, waarin de instelling internationaal talent aantrekt, en het traject van de Dutch National Opera Academy van de conservatoria in Den Haag en Amsterdam.

De raad is daarnaast benieuwd wie de organisatorische en artistieke leiding heeft over de nieuw op te richten operastudio, hoe het opleidingstraject gefinancierd zal worden, hoe de verschillende partijen zich tot elkaar verhouden en hoe in Nederland opgeleid talent een plek krijgt. De raad adviseert de minister om de operagezelschappen in de BIS te vragen om een verdere artistieke, financiële en organisatorische uitwerking van het plan van de operastudio.

Herijking vanaf 2021

De raad constateert dat de drie instellingen in de BIS verantwoordelijk zijn voor een optimaal aanbod aan opera in Nederland op een hoog niveau en de ontwikkeling van het genre opera. De raad realiseert zich dat de middelen voor reizend opera-aanbod beperkt zijn. De raad vindt het wenselijk dat een herijking plaatsvindt van de drie functie in de BIS en hun bijbehorende budgetten voor de volgende BIS-periode. Daarom zal de raad aandacht besteden aan de functie opera in het sectoradvies muziek, dat begin 2017 verschijnt.

‘Agenda Cultuur. 2017 – 2020
en verder’, Raad voor Cultuur,
pagina 29 (pdf), 2015.