Inleiding
Festivals

Inleiding
Festivals

Nederland kent een rijk en veelzijdig festivallandschap, van kleine lokale evenementen tot grootschalige internationale platforms. In 2014 telde Nederland 801 kunst- en cultuurfestivals met ruim 22 miljoen bezoekers. 1

De populariteit van festivals nam de afgelopen jaren gestaag toe. De raad verbindt in De Cultuurverkenning deze grote populariteit van festivals aan het toenemende ‘verlangen naar onderdompeling, naar intense ervaringen, naar sfeer en reuring’, een behoefte waarop festivals door hun kortstondige karakter goed weten in te spelen. 2 Daarnaast wordt hun succes versterkt door een divers en breed aanbod, de connecties met andere maatschappelijke domeinen en de ruimte voor artistiek experiment.

Festivals hebben zich de afgelopen jaren niet alleen ontwikkeld tot interessante presentatieplekken, maar zijn zich ook steeds meer gaan richten op het (co)produceren van nieuw aanbod. Hiermee heeft een groot aantal festivals ruimte gemaakt voor jong of nieuw talent.

Voorgeschiedenis

Tot 2013 waren er zes podiumkunstenfestivals opgenomen in de basisinfrastructuur. 3 Na de cultuurbezuinigingen werd het aantal rijksgesubsidieerde festivals teruggebracht tot één, namelijk het Holland Festival. Andere festivals konden voor (structurele) subsidie terecht bij het Fonds Podiumkunsten.

De raad adviseerde in zijn Agenda Cultuur festivals beter te verankeren in het rijks- en lokale cultuurbeleid via een extra financiële impuls. De festivals spelen op diverse fronten een belangrijke rol; ze bieden ruimte aan kunstvormen die weinig financiële middelen tot hun beschikking hebben, tonen internationaal aanbod en Nederlands aanbod in internationale context, en verbreden en vergroten het publieksbereik. 4

Naar aanleiding van de hoofdlijnennota Ruimte voor Cultuur heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen en besloten een aantal festivals in de basisinfrastructuur op te nemen. 5 Op basis hiervan heeft minister Bussemaker in de subsidieregeling ruimte gecreëerd voor drie extra festivalfuncties in de basisinfrastructuur. Het budget hiervoor werd gedeeltelijk onttrokken aan het (festival)budget van het Fonds Podiumkunsten.

Op grond van de subsidieregeling is er zodoende vanaf 2017 ruimte voor drie nieuwe festivals, waarvan één in de regio Noord voor locatietheater, één in de regio Zuid voor dans en één voor oude muziek. Hiervoor zijn bedragen van respectievelijk 500.000 euro, 200.000 euro en 650.000 euro beschikbaar. Daarnaast wordt de plek die momenteel door het Holland Festival wordt ingenomen ook opnieuw in de regeling opgenomen, waarvoor een bedrag van 3.180.000 euro beschikbaar is.

De raad staat, in lijn met zijn constateringen in de Agenda Cultuur, positief tegenover het feit dat er plaats in de basisinfrastructuur is ingeruimd voor festivals. Wel plaatst hij vraagtekens bij de wijze waarop dit nu is gebeurd. In de regeling is gekozen voor een zeer strikte omschrijving van de functies waarop festivals kunnen inschrijven; zij beperken zich tot een enkele regio en discipline. Op voorhand worden daardoor interessante kandidaten voor deze plekken in de basisinfrastructuur buitengesloten. Zo is bijvoorbeeld sprake van een geografische restrictie, die verhindert dat dansfestivals elders in het land, die ook een sterk actueel en vernieuwend aanbod presenteren, een aanvraag kunnen doen. De huidige regeling geeft ook geen ruimte aan festivals die andere disciplines of interessante cross-overs bieden, zoals popmuziek of een combinatie van literatuur en theater. Er is, kortom, geen gelijk speelveld gemaakt voor de festivals.

Voor deze ronde beoordeelt de raad de aanvragen op grond van de door de minister opgestelde en door de Tweede Kamer vastgestelde regeling en de uitwerking daarvan in het beoordelingskader. De raad zal na de beoordeling van de BIS-instellingen nog terugkomen op de wijze waarop festivals het best kunnen worden ondersteund door fondsen en in de basisinfrastructuur.

Afweging

Vijf festivals hebben een aanvraag ingediend. Oerol heeft aangevraagd voor de festivalplek in de regio Noord, het Holland Festival voor de festivalplek in een kernpunt en het Festival Oude Muziek voor de festivalplek oude muziek. Bij deze aanvragers is geen sprake van concurrentie. De raad vindt de drie aanvragers geschikt voor de basisinfrastructuur en acht ze subsidiabel. Voor de functie van dansfestival in het zuiden hebben twee instellingen een aanvraag ingediend, namelijk de Nederlandse Dansdagen en Schrit_tmacher.

Bij de keuze voor het dansfestival in regio Zuid zijn de voorwaarden in de subsidieregeling doorslaggevend geweest. De raad adviseert de Nederlandse Dansdagen te honoreren voor een plek in de basisinfrastructuur. Het festival geeft met zijn programmering een overzicht van het huidige Nederlands dansaanbod en initieert en stimuleert zelf projecten. Schrit_tmacher, dat eveneens zijn standplaats heeft in regio Zuid, is feitelijk (nog) te zeer afhankelijk van één specifieke schouwburg. Daarmee voldoet het festival niet aan het vereiste van artikel 3.23 lid 3, in samenhang met lid 1 onder c. van de regeling, waarin is bepaald dat subsidie kan worden verstrekt indien de activiteiten van de instelling niet aan te merken zijn als activiteiten van één specifieke schouwburg, concertzaal of andere organisatie die zich primair richt op de presentatie van cultuuruitingen. Een instelling dient zowel formeel als feitelijk los te staan van het podium waar de activiteiten plaatsvinden. De raad heeft desondanks waardering voor de inspanningen van het Parkstad Limburg Theater Heerlen voor de realisatie van het festival.

‘Cultuur in beeld’, Raad voor Cultuur, pagina 22, 2015.
Hier gaat het om festivals met meer dan 3.000 bezoeken.

Raad voor Cultuur, ‘De Cultuurverkenning’,
pagina 33 (pdf), 2014.

Namelijk Holland Festival, Festival Oude Muziek, Music Meeting, Holland Dance, Eurosonic/Noorderslag en Oerol.

‘Agenda Cultuur. 2017 – 2020 en verder’, Raad voor Cultuur,
pagina 88-89 (pdf), 2015.

‘Motie van het lid Monasch C.S.’, Tweede Kamer, 2015.