Aanvullend advies
14 juli 2016

De Raad voor Cultuur heeft op 19 mei 2016 zijn advies over de Culturele Basisinfrastructuur 2017 – 2020 (BIS) gepubliceerd. De minister van OCW heeft de instellingen vervolgens de gelegenheid gegeven te reageren op feitelijke onjuistheden in de adviezen van de raad. Deze reacties worden besproken bij de betreffende instellingsadviezen.

Algemene opmerkingen

De advisering over subsidieaanvragen brengt met zich mee dat de raad naast positieve adviezen ook aanvragen moet afwijzen. In een aantal gevallen heeft de raad een keuze moeten maken tussen kwalitatief goede aanvragen omdat er maar een beperkt aantal plekken beschikbaar is in de BIS, of omdat de subsidieregeling geen ruimte biedt. De raad is zich bewust van de verstrekkende gevolgen van een negatief advies.

Overigens hebben veel aanvragende instellingen ook een subsidieaanvraag ingediend bij andere overheden en rijkscultuurfondsen. Een negatief advies van de raad wil dus niet automatisch zeggen dat zij geen subsidie meer zullen ontvangen. Wanneer er sprake is van knellende subsidiekaders, dan heeft de raad de minister en Tweede Kamer gewezen op de onwenselijk of ondoelmatige neveneffecten daarvan.

Er hebben 61 instellingen gebruikgemaakt van de mogelijkheid te reageren op het advies van de raad. De reacties verschillen van aard. Het gaat vaak niet, of niet alleen, om feitelijke onjuistheden maar ook om een nadere toelichting op de eigen aanvraag, om aanvullende of nieuwe informatie. Ook geven sommige instellingen inhoudelijk commentaar op het oordeel van de raad, op het beleid van de minister of op het cultuurbestel in algemene zin. In drie gevallen richtte de reactie van de instelling zich op de het algemene cultuurbeleid van de minister; in die gevallen beantwoordt het ministerie van OCW deze brieven zelf.

De raad gaat bij de behandeling van de reacties met name in op de feitelijke onjuistheden. Wanneer daarvan sprake is, gaat de raad na of en in hoeverre die leiden tot een herziening van het advies. Desgevraagd en waar nodig geeft de raad een toelichting op de argumenten die tot zijn oordeel hebben geleid. Van aanvullende of nieuwe informatie neemt de raad kennis, maar die kan niet worden gebruikt om tot een herziening van het advies te komen. Gebruik ervan zou leiden tot ongelijke behandeling van de aanvragers.

Toelichting

Sommige vragen van instellingen komen in meer dan één reactie terug of snijden algemene kwesties aan:

Waarom heeft de raad zich eigenlijk aan de subsidieregeling gehouden?
De raad maakt een strikt onderscheid tussen beleidsadviezen en instellingsadviezen. Bij beleidsadviezen wil de raad richting geven aan het cultuurbeleid. De raad prikkelt dan waar het kan, moedigt aan of wijst op nieuwe perspectieven. Bij dit soort adviezen zoekt hij de grenzen van het cultuurdebat op en geeft hij ook aan wat de sector financieel nodig heeft. Een voorbeeld daarvan is de Agenda Cultuur, het advies waarin de raad een aantal uitgangspunten voor het cultuurbestel uiteen heeft gezet en waaraan hij ook een investeringsagenda heeft verbonden.

Bij instellingsadviezen wordt de raad gevraagd te oordelen over de subsidieaanvraag en het functioneren van een instelling. In die gevallen houdt de raad zich aan de regeling die de minister heeft opgesteld en de Tweede Kamer heeft goedgekeurd. Voor een transparante, eerlijke beoordeling is het van belang dat die de kaders vooraf helder zijn en dat de raad deze ook consequent toepast. Als hij dat niet zou doen, dan kunnen oordelen onrechtmatig blijken te zijn.

Dat neemt niet weg dat de raad de kaders soms ziet knellen. Hij geeft dat onder meer aan in de Inleiding – onder Werkwijze en verantwoording. Ook doet de raad, onder meer op basis van de beoordelingen, een aantal observaties die naar zijn idee zouden moeten leiden tot aanpassingen van het bestel op de langere termijn. Wat de raad betreft maakt het verbeteren van de geografische spreiding van voorzieningen daarvan zeker onderdeel uit. Voorstellen voor stappen die moeten leiden tot deze bestelwijzigingen zijn ook te vinden onder Toekomst culturele basisinfrastructuur.

Wijkt de minister af van het oordeel van de raad?
De minister heeft laten weten dat zij van plan is de adviezen van de raad te volgen. Dit voornemen kan worden omgezet in een besluit, nadat zij de aanvullende adviezen – naar aanleiding van de reacties van de instellingen op feitelijke onjuistheden – heeft ontvangen.

De minister maakt één uitzondering op haar voornemen. Zij volgt niet de interpretatie van de raad ten aanzien van de standplaats van het EKWC, en kan om die reden het positieve advies van de raad niet overnemen. De raad betreurt dat. Los van de juridische interpretatie, vindt de raad dat het EKWC hierdoor onredelijk getroffen wordt. De instelling is op grond van artistieke en financiële overwegingen verhuisd naar een locatie die slechts acht kilometer buiten een kernpunt ligt. Met een deel van haar activiteiten richt de instelling zich onverminderd op het nabijgelegen kernpunt. En met deze locatie draagt de instelling ook bij aan de geografische spreiding van voorzieningen op het gebied van postacademisch onderwijs in de beeldende kunsten. De raad adviseert de minister dan ook een oplossing te zoeken voor deze situatie.

Waarop heeft de raad het financiële kader bij de musea gebaseerd?
Meerdere musea hebben vragen gesteld over het financieel kader. Zo blijkt het door de raad genoemde ‘aangevraagde subsidiebedrag’ in verschillende gevallen niet overeen te komen met het bedrag dat zij zelf hebben ingevuld op het aanvraagformulier. In andere gevallen blijkt het geadviseerde bedrag van 90 of 100 procent van het huidige subsidiebedrag niet te corresponderen met de berekeningen van het museum zelf. De raad betreurt dat er onduidelijkheid is ontstaan over de financiële advisering.

Door de recent in werking getreden Erfgoedwet is het huidige subsidiebedrag in twee delen gesplitst. Over het berekende bedrag dat onder de Erfgoedwet valt, bestaat nog discussie tussen het ministerie van OCW en de musea. Dit heeft invloed gehad op de subsidieaanvragen voor de BIS (zie hiervoor ook de Inleiding Musea). Gezien de discussie en onduidelijkheden, heeft de raad ervoor gekozen uit te gaan van de bedragen die het ministerie van OCW aan hem heeft doorgegeven. Hij moet de musea over deze kwestie dan ook verwijzen naar het departement.