Aanvullend advies
2 december 2016

Op 19 mei 2016 heeft de Raad voor Cultuur advies uitgebracht over de subsidieaanvragen van culturele instellingen in het kader van de Culturele Basisinfrastructuur 2017 – 2020. De raad heeft de minister geadviseerd aan vijftien van deze instellingen geen subsidie toe te kennen, tenzij zij een aangepast activiteitenplan indienen dat voldoet aan een aantal specifieke voorwaarden. Het betreft de volgende instellingen:

Het Zuidelijk Toneel, Het Gelders Orkest, Orkest van het Oosten, Opera Zuid, Huis Doorn, Slot Loevestein, Nederlands Openluchtmuseum (Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland), Het Scheepvaartmuseum, Museum de Gevangenpoort, Museum Meermanno-Westreenianum, Persmuseum, Schrijvers School Samenleving, Boekmanstichting, Het Nieuwe Instituut, DutchCulture.

De raad heeft bij de beoordeling van de aangepaste plannen opnieuw gebruikgemaakt van de beoordelingscommissies die dit voorjaar een preadvies over de subsidieaanvragen voor de Culturele Basisinfrastructuur 2017 – 2020 hebben voorbereid. Zij hebben de aangepaste activiteitenplannen getoetst aan de hand van de eisen die de minister in haar subsidiebeschikkingen van 20 september 2016 heeft geformuleerd.

In dit aanvullend advies oordeelt de raad dat elf instellingen aan de gestelde eisen hebben voldaan. Zij hebben een sterk verbeterd en overtuigend plan ingediend. De raad geeft in enkele gevallen richtinggevende aandachtspunten mee, die de instelling kan betrekken bij het uitvoeren van het activiteitenplan. De raad is van oordeel dat de activiteitenplannen van vier instellingen (nog) niet aan de gestelde eisen hebben voldaan.

De raad zal de komende jaren het functioneren van de instellingen monitoren en op die manier nagaan in hoeverre de instellingen erin slagen om hun activiteitenplannen te realiseren.