Orkest van het Oosten

Orkest van het Oosten

Stichting Orkest van het Oosten (hierna: Orkest van het Oosten) verzorgt het aanbod van symfonische muziek in de regio Oost. Het Orkest van het Oosten wil naar eigen zeggen een bijdrage leveren aan de samenleving in Oost-Nederland met een kwalitatief hoogwaardig en breed repertoire, en doet dat binnen en buiten de concertzaal.

Het orkest richt zich op het klassieke en vroeg-romantische repertoire en werkt daarvoor met een daarin gespecialiseerde chef-dirigent. Voor het overige repertoire trekt het orkest verschillende gastdirigenten aan. Na oriëntatie op de nationale en internationale markt in de periode 2013 – 2015, toen de instelling onder de namen Nederlands Symfonieorkest en HET Symfonieorkest opereerde, wil het orkest zich de komende periode meer verankeren in de regio. De instelling gaat sinds 2015 verder onder de voormalige naam Orkest van het Oosten.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Orkest van het Oosten geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij de instelling aan de volgende voorwaarden voldoet.

  • De instelling maakt op korte termijn een plan van aanpak waaruit blijkt dat zij de komende twee jaar artistiek en financieel naar behoren kan functioneren.
  • De instelling maakt samen met Het Gelders Orkest een plan dat voorziet in één duurzame en kwalitatief hoogwaardige symfonische voorziening in de regio Oost, die ingaat in 2019.
  • De opstelling en begeleiding van het plan komen in handen van een externe deskundige te liggen.

De raad adviseert na twee jaar opnieuw te beoordelen of de orkesten erin geslaagd zijn om de middelen te bundelen voor één duurzame symfonische voorziening in de regio Oost.

Recentelijk is het Orkest van het Oosten in een crisis terechtgekomen. Na een dreigend faillissement te hebben afgewend, heeft het orkest het artistiek, financieel en organisatorisch zwaar te verduren gehad. Inmiddels heeft een interim-directeur stappen ondernomen om het tij te keren: het orkest heeft de landelijke en internationale ambitie verlaten en richt zich met een breed repertoire op concerten in de regio.

De raad ziet vanwege het sombere financiële perspectief geen toekomst voor het Orkest van het Oosten als zelfstandig orkest. Samen met Het Gelders Orkest ziet de raad wel potentie om één hoogwaardige symfonische voorziening vorm te geven die voldoende middelen heeft.

Voor een toelichting op het geadviseerde subsidiebedrag verwijst de raad naar de Inleiding Symfonieorkesten.

Beoordeling

Kwaliteit

Het Orkest van het Oosten heeft onder zijn chef-dirigent naam gemaakt als een orkest dat zich toelegt op repertoire uit de barok, de klassieke en de vroeg-romantische periode. Door onder meer de focus op de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk speelde het orkest een onderscheidende rol binnen het orkestenbestel. In 2013 en 2014 had het orkest, naast de concerten in de regio, ambities om landelijk en internationaal door te breken met een vernieuwd profiel. Het wist in die periode een groot aantal interessante programmalijnen en formats te ontwikkelen en had doorgaans een goed uitvoeringsniveau.

In 2015 werd duidelijk dat er, vanwege een dreigend faillissement, veel moest veranderen bij het Orkest van het Oosten. De raad concludeert uit de aanvraag dat het Orkest van het Oosten zich volledig wil gaan richten op de kernactiviteit: symfonische muziek brengen in de regio Oost. Voor de komende periode heeft het Orkest van het Oosten besloten om de focus op speciaal repertoire te verlaten en te kiezen voor een generalistisch profiel. De raad begrijpt deze strategische keuze, maar betreurt het dat het Orkest van het Oosten afscheid heeft genomen van een onderscheidend profiel. De huidige chef-dirigent vertrekt in 2017.

De raad heeft waardering voor de musici die zich blijven inzetten, ondanks de financiële problemen van het orkest en de substantiële reductie van hun contract. Ook heeft de raad begrip voor het feit dat het spelniveau de afgelopen periode onder druk heeft gestaan als gevolg van de genoemde omstandigheden.

De raad realiseert zich de weinig ideale situatie van het Orkest van het Oosten; het moest in korte tijd een aanvraag indienen, die bovendien grote inhoudelijke veranderingen zou bevatten. Maar de raad vindt het jammer dat de aanvraag nauwelijks is uitgewerkt en dat een onderbouwde visie op de artistieke koers ontbreekt. De raad vindt dit wel begrijpelijk, omdat de interim-directeur in de eerste plaats de financiële problemen diende op te lossen. Met deze aanvraag ligt er echter geen vertrouwenwekkend fundament voor de toekomst. Het is de raad niet duidelijk hoe het Orkest van het Oosten de spelkwaliteit weer op het oude niveau wil brengen en de toekomstige artistieke kaders en programmalijnen gaat uitzetten.

Educatie en participatie

Het Orkest van het Oosten heeft een effectief educatiebeleid. De educatieve activiteiten in de afgelopen periode waren veelzijdig en bereikten een groot aantal scholieren en families. Het orkest werkt samen met culturele partners uit de regio, onder meer Het Gelders Orkest, voor uitwisseling van programma’s.

Hoewel het orkest ambities heeft, vindt de raad dat de activiteiten in de aanvraag weinig concreet zijn uitgewerkt. Verder is de raad van mening dat het orkest de veelheid aan activiteiten niet overtuigend kan realiseren binnen de capaciteit van de huidige formatie.

Op talentontwikkeling mist de raad een uitgewerkte visie, hoewel hij het lovenswaardig vindt om naar samenwerkingsverbanden te streven, zowel professioneel als in de amateursector. Verder wil het orkest zijn musici de kans geven om amateurorkesten te dirigeren. Hoewel de raad deze (neven)activiteiten toejuicht, ziet hij niet direct de meerwaarde hiervan voor het uitvoeren van de kerntaak van het orkest in de regio Oost.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

In de ogen van de raad heeft de instelling goed gereflecteerd op de landelijke en internationale ambities uit de voorgaande periode en deze bijgesteld. Het Orkest van het Oosten verwacht ruim 54.000 bezoekers per jaar voor de reguliere programmering in 2017 – 2020, een sterke daling ten opzichte van de ruim 140.000 bezoekers in 2014. Ook heeft de instelling de toegevoegde waarde van maatschappelijke en educatieve projecten geëvalueerd: ondanks een toename van publiek bij diverse grote evenementen leidde deze koers niet tot een verbetering van de financiële resultaten. Daarbij leek de vaste trouwe bezoeker zich minder te herkennen in het (inter)nationaal en maatschappelijk gerichte profiel van het orkest.

Inmiddels gaat het Orkest van het Oosten onder de noemer ‘Expeditie Oost’ op zoek naar een betere balans tussen activiteiten die een groot publiek trekken en concerten in de reguliere series die meer inkomsten opleveren. De raad heeft waardering voor deze reflectie en keuze, maar stelt vast dat de marketingstrategie van het orkest weinig inzicht geeft in de realisatie van doelstellingen en ambities. De raad mist ook een onderbouwing van de onlinestrategie.

De raad vindt het opvallend dat het aantal activiteiten flink zal afnemen, maar dat het orkest wel verwacht dat het aantal bezoekers per concert substantieel zal toenemen. De raad ziet niet direct hoe het orkest deze hogere zaalbezetting denkt te realiseren. Ook geeft het Orkest van het Oosten weinig prijs over hoe het een diverser publiek wil bereiken.

Ondernemerschap

In financieel opzicht is het Orkest van het Oosten in grote problemen gekomen; het stond eind 2015 op de rand van een faillissement. Dit kwam doordat het orkest, ondanks bezuinigingen op de rijkssubsidie, heeft vastgehouden aan de personele omvang en een hoog activiteitenniveau. Hiervoor was de rijkssubsidie niet toereikend. Het orkest heeft met een investeringsimpuls van de provincie ingezet op het aanboren van meer andere geldstromen, zoals sponsoring en giften. Dat plan mislukte en het orkest moest opnieuw bij de provincie om ondersteuning vragen. Het orkest zag zich genoodzaakt om een aantal activiteiten te annuleren voor 2015 en 2016.

De raad vindt in de aanvraag geen degelijk onderbouwde strategie om de financiële positie van het orkest te versterken; plannen ontbreken om de eigen inkomsten te vergroten of de kosten te reduceren. Ook mist de raad een onderbouwde strategie bij tegenvallende inkomsten.

De raad wil het orkest tijd gunnen om uit deze crisis te komen, maar ziet vanwege het sombere financiële perspectief op termijn geen toekomst voor het Orkest van het Oosten als zelfstandig orkest. De middelen voor een duurzame symfonische orkestvoorziening in de regio Oost zijn nu te versnipperd. Het orkest zit aan de grens van zijn orkestcapaciteit en zijn financiële mogelijkheden. Daar komt bij dat vanaf 2021 de provinciale bijdragen klein worden. De raad ziet wel potentie in het vormgeven van één kwalitatief hoogwaardige symfonische voorziening samen met Het Gelders Orkest, zodat het nieuwe orkest voldoende middelen heeft om onderscheidend te opereren, de spelkwaliteit op niveau te brengen en de musici een contract van substantiële omvang aan te bieden.

De instelling heeft enkele gelieerde stichtingen en beheert een aantal bv’s, van waaruit het orkest de afgelopen jaren ook kernactiviteiten bekostigde. De raad heeft daar onvoldoende zicht op. Voor een compleet beeld van het ondernemerschap en de financiële positie van het Orkest van het Oosten acht de raad het verstandig om inzage te krijgen in de activiteiten en de baten en lasten van de bv’s.

Het orkest vermeldt in de aanvraag dat de directie is opgestapt en dat het momenteel werkt met een interim-directeur. De samenstelling van de raad van toezicht zal op korte termijn veranderen. In de aanvraag is niet verder uitgewerkt hoe het orkest de Governance Code Cultuur naleeft.

Orkest van het Oosten

Orkest van het Oosten

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd Stichting Orkest van het Oosten geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij de organisatie voldoet aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. Zij heeft de instelling in haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 verzocht om de volgende twee plannen:

  • Een samen met Het Gelders Orkest opgesteld en gezamenlijk gedragen procesplan dat voorziet in één duurzame en kwalitatief hoogwaardige symfonische voorziening in de regio Oost, die start op 1 september 2019.
  • Een plan van aanpak waaruit blijkt dat de instelling in de jaren 2017 en 2018 artistiek en financieel naar behoren kan functioneren.

In dit advies beoordeelt de raad of de instelling aan deze eisen heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat Stichting Orkest van het Oosten met haar aangepaste plan nog onvoldoende heeft voldaan aan de gestelde eisen. Hij adviseert de minister om de instelling aan te sporen in nauw overleg met lokale en regionale bestuurders het plan de komende periode substantieel vorm te geven. Ook adviseert de raad het samenwerkingsproces tussen Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten te laten begeleiden door een extern adviseur.

In zijn adviezen over het Orkest van het Oosten en Het Gelders Orkest schreef de raad door het sombere financiële perspectief geen toekomst te zien voor twee afzonderlijke orkesten. Hij ziet wel potentie om samen één hoogwaardige, duurzame symfonische voorziening vorm te geven, die met voldoende middelen goed zou kunnen functioneren. Het procesplan dat de twee orkesten gezamenlijk hebben opgesteld om te komen tot zo’n voorziening vindt de raad nog te mager. De orkesten presenteren een tijdspad voor het ontwikkelen van een scenario voor een gezamenlijke symfonische voorziening in de regio, maar vullen dit inhoudelijk niet in. Ze beschrijven nog geen visie op de inrichting van zo’n gezamenlijke symfonische voorziening en gaan niet in op het financiële voordeel dat een geïntensiveerde samenwerking kan opleveren. Dit verontrust de raad, aangezien de aanleiding voor hem om een overgang naar één symfonische voorziening te adviseren juist was gelegen in de kritieke financiële situatie van beide organisaties.

In de aanvulling op het eigen activiteitenplan ontvouwt het Orkest van het Oosten enkele plannen om de bedrijfsvoering en de artistieke kwaliteit te verbeteren en om meer publiek en eigen inkomsten te verwerven. De raad waardeert de voortvarendheid waarmee deze plannen zijn ontwikkeld. Wel merkt hij op dat de beoogde verbeteringen niet cijfermatig worden onderbouwd. Om de problemen met de liquiditeit te ondervangen, staat de gemeente Enschede de komende twee jaar garant.

Beoordeling

Procesplan Symfonische Voorziening Landsdeel Oost

In zijn recente adviezen over Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten schreef de raad door het sombere financiële perspectief geen toekomst te zien voor twee afzonderlijke orkesten. De raad zag wel potentie om samen één hoogwaardige, duurzame symfonische voorziening vorm te geven, die met voldoende middelen goed zou kunnen functioneren. Daarbij zijn de wijze van samenwerking en de vestigingslocatie(s) nadrukkelijk door de twee orkesten zelf te bepalen.

Het procesplan dat de twee orkesten nu gezamenlijk presenteren, gaat nauwelijks in op de zorgen uit de recente adviezen. De raad vindt het opmerkelijk dat de twee orkesten niet reflecteren op het financiële voordeel dat een gezamenlijke symfonische voorziening kan opleveren. De orkesten presenteren geen plan om te komen tot een efficiënter opererende organisatie, rekening houdend met de noodzaak tot kostenbesparing. De raad ziet in het ingediende procesplan daarom geen aanknopingspunten om zijn zorgen over het financiële perspectief van de orkesten te herzien. Met het oog op de onzekere positie die dit met zich meebrengt voor musici en medewerkers verwacht de raad van de orkesten in dit opzicht juist doortastende stappen.

Het procesplan schetst enkele uitgangspunten voor een nieuwe infrastructuur voor symfonische muziek, die volgens de opstellers een laboratoriumfunctie moet krijgen en de eigen stedelijke regio’s moet voorzien van maatwerk. Hoewel de raad waardering heeft voor de aandacht voor regionale inbedding die uit het plan spreekt, vindt hij de uitgangspunten voor zo’n voorziening te generiek geformuleerd. De orkesten beschrijven nog geen visie op wat zo’n symfonische voorziening in de regio zou kunnen zijn en welke plek deze zou kunnen innemen. Ook laten de twee orkesten zichzelf als afzenders onderbelicht; zij schrijven niet hoe ze met hun specifieke organisaties kunnen bijdragen aan de inrichting van de gewenste symfonische voorziening of hoe hun profielen elkaar in deze voorziening kunnen aanvullen.

Om te verkennen hoe ze een gezamenlijke symfonische voorziening kunnen vormgeven, laten de orkesten in het eerste kwartaal van 2017 een onderzoek uitvoeren onder stakeholders. De raad had graag meer gelezen over de vorm en uitvoering van dit onderzoek. Hij meent dat de contouren hiervan, mede in het licht van het in te dienen procesplan, reeds hadden kunnen worden geschetst. Dat er een extern bureau wordt ingehuurd en dat stakeholders worden betrokken, laat onverlet dat de twee orkesten zelf een gezamenlijke visie en missie moeten ontwikkelen.

De raad herhaalt na bestudering van het plan zijn aansporing om een extern deskundige aan te stellen om de twee orkesten te begeleiden in dit proces. Hij volgt met belangstelling de totstandkoming van het scenario voor de nieuwe voorziening en het plan van aanpak dat de orkesten op 1 juni 2018 zullen presenteren.

Plan van aanpak 2017 – 2018

Het Orkest van het Oosten reageert op de tweede voorwaarde van de minister door het bestaande activiteitenplan te voorzien van een aanvulling door de interim-directeur. De raad leest in dit stuk een grote bevlogenheid ten aanzien van de bedrijfsvoering en de artistieke (her)profilering van het orkest. Het orkest reflecteert goed op zijn huidige en wenselijke positie en reageert op de kritiek van de raad over het gemis aan een artistieke visie en de lage kwaliteit van het spelniveau. De raad is verheugd dat het orkest met zijn musici maatregelen heeft ontwikkeld voor de verbetering hiervan en dat het een nieuwe raad van toezicht heeft aangesteld.

De raad vindt het een begrijpelijke keuze om onder de nieuwe dirigent Ed Spanjaard naast de vertrouwde ‘historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk’ onder andere ook (nieuw) Nederlands repertoire te brengen. Hij merkt wel op dat die keuze ook risico’s met zich meebrengt, gezien de huidige problemen van het orkest. Hij wijst daarom op het belang van een goed evenwicht tussen bekend en onbekend repertoire, zodat de nieuwe koers niet leidt tot een verdere verzwakking van de positie van het orkest in het landsdeel Oost.

De raad volgt vol vertrouwen het nieuwe bedrijfsmodel dat is ontwikkeld na het vertrek van de vorige chef-dirigent, tevens artistiek directeur. Het orkest laat zijn artistieke beleid bottom-up bepalen door een artistieke commissie, voorgezeten door de chef-dirigent, die adviseert over alle primaire bedrijfsprocessen. Op deze manier worden de musici intensiever betrokken bij het beleid.

Voor de komende twee jaar heeft het Orkest van het Oosten enkele goede maatregelen geformuleerd ter verbetering van het publieksbereik en de financiële situatie. Zo heeft het de relatie met de concertzalen van Deventer en Zwolle hersteld en voegt het de educatie- en HR-afdeling alvast samen met die van Het Gelders Orkest. De raad merkt wel op dat deze maatregelen zijn zorgen over de financiële situatie van het orkest niet wegnemen. Plan noch begroting vermeldt de beoogde resultaten van de genoemde plannen voor de publieksinkomsten of de kosten. De totale eigen inkomsten zijn in de aangepaste begroting zelfs licht naar beneden bijgesteld ten opzichte van het vorige plan, tegenover iets hoger geraamde kosten. Het verwachte eigen inkomstenpercentage voor 2017 en 2020 bedraagt 23,7 procent (bij de vorige aanvraag ging het orkest nog uit van 32,5 procent).

Positief staat de raad tegenover het recente afstoten van de aan het orkest gelieerde stichting en bv., die het zicht op de financiële situatie van het orkest vertroebelden. Een van de uitkomsten hiervan is dat het orkest zijn subsidierelatie met de provincie Overijssel voor de komende periode hersteld ziet. Uit hoofde hiervan kan het rekenen op een subsidie van de provincie.

Het orkest weet zich verder verzekerd van steun van de gemeente Enschede. De liquiditeit van het Orkest van het Oosten blijft de komende twee jaar onder druk staan, maar het orkest kan dit ondervangen dankzij een garantstelling van de gemeente voor deze periode.

Naar de opvatting van de raad blijft het Orkest van het Oosten de komende twee jaar in financiële problemen verkeren. Hij spreekt de hoop uit dat het orkest de financiën in deze periode op verantwoorde wijze zal beheren.