DutchCulture

DutchCulture

Stichting DCICC (hierna: DutchCulture) is een ondersteunende instelling, gericht op het bevorderen van internationale culturele samenwerking. De instelling beschrijft dit als volgt: ‘Wij adviseren, coördineren en produceren bovensectorale programma’s wereldwijd. Met informatie en expertise ondersteunt DutchCulture activiteiten van de Nederlandse culturele sector en de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland.’

DutchCulture is in het leven geroepen om sectoroverstijgende culturele activiteiten in het buitenland te coördineren en om informatie te verstrekken over internationale culturele activiteiten. De instelling voert daarnaast enkele (Europese) thematische en regionale programma’s uit, zoals ‘Europe for citizens’, ‘Creatieve Industrie’, ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ en het artist-in-residenceprogramma ‘Transartists’. DutchCulture werkt samen met overheden, de culturele sector en het diplomatieke netwerk in binnen- en buitenland. Binnen Nederland werkt de instelling samen met buitenlandse culturele instituten.

Het valt de raad op dat DutchCulture bij de beschrijving van zijn visie en taken niet verwijst naar de opdracht om te onderzoeken hoe kan worden bewerkstelligd dat meer kunstenaars en cultuurmakers uit Nederland op de internationale podia staan, en na te gaan hoe er vanuit andere landen meer cultuuraanbod naar de Nederlandse podia en instellingen gehaald kan worden.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting DCICC geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij de instelling een nieuw activiteitenplan indient dat voldoet aan de volgende voorwaarden.

  • DutchCulture verwerkt de recent bepaalde beleidskaders van het internationaal cultuurbeleid in het plan.
  • De instelling reflecteert op de uitkomsten over haar in de evaluatie van het internationaal cultuurbeleid, die onlangs is gepubliceerd door het IOB.
  • De instelling reflecteert op haar eigen functioneren.

De raad is teleurgesteld in de aanvraag. Hij constateert dat DutchCulture zich hierin onvoldoende helder positioneert en niet aangeeft wat het nodig heeft om zijn opdracht optimaal te kunnen uitvoeren. De raad heeft nagenoeg dezelfde opmerkingen gemaakt in Slagen in Cultuur.

Daarbij houdt de raad rekening met het feit dat er pas na het schrijven van de aanvraag door DutchCulture een evaluatie van het internationaal cultuurbeleid beschikbaar is gekomen. Hierin wordt gesteld dat het mandaat van DutchCulture ‘[…] ontoereikend is om de haar opgedragen taken te vervullen. Er is nu onvoldoende coördinatie en regie.’ 1 Ook heeft de raad zelf een advies uitgebracht over het internationale cultuurbeleid 2 en is er vervolgens een gezamenlijke beleidsbrief gepubliceerd van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Buitenlandse Zaken (BZ). 3 Hierin is het beleidskader van DutchCulture veranderd ten opzichte van de vorige beleidsbrief. 4

DutchCulture heeft sinds de fusie van 2012 stappen gezet om de dienstverlening op het gebied van kunst, erfgoed en de audiovisuele sector te integreren. Over de effecten hiervan kan de raad zich echter geen mening vormen, omdat hij niet beschikt over de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek dat DutchCulture vóór 1 januari 2015 zou uitvoeren. De raad vindt dat dit onderzoek op korte termijn moet worden uitgevoerd en dat de uitkomsten moeten worden gedeeld met de organisaties waarmee DutchCulture samenwerkt.

Beoordeling

Kwaliteit

In de terugblik beschrijft de instelling dat kunstenaars, cultuurmakers en organisaties in toenemende mate gebruikmaken van de kennis en informatie van DutchCulture. Hiervoor voert de organisatie activiteiten uit, zoals netwerkbijeenkomsten, voorlichting over subsidiemogelijkheden, individuele adviesgesprekken en adviezen over mobiliteit. Bij de organisatie van de netwerkbijeenkomsten en adviesgesprekken waren in 2013 en 2014 respectievelijk 3.700 en 6.100 deelnemers betrokken. De raad kan de effectiviteit hiervan echter niet inschatten, omdat DutchCulture geen resultaten van een klanttevredenheidsonderzoek ter beschikking heeft gesteld. Dit onderzoek zou de instelling vóór 1 januari 2015 uitvoeren. ‘Buitengaats’ biedt naast een agendafunctie een overzicht van (een deel van) de uitgevoerde culturele activiteiten in het buitenland, maar in de registratie zitten te veel onnauwkeurigheden om de gegevens als structureel monitoringsinstrument te kunnen gebruiken.

De raad vindt het noodzakelijk dat er meer afstemming en regie komt in de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid. Hij constateert dat alle zes cultuurfondsen gebruikmaken van programma’s of regelingen voor internationalisering en internationale activiteiten, waardoor er overlap is met de activiteiten van DutchCulture ten aanzien van het residency-aanbod, het programma ‘Creatieve Industrie’ en de buitenlandse bezoekersprogramma’s. OCW en BZ moeten de regie nemen en aangeven hoe zij de afstemming van taken en rollen van DutchCulture, de fondsen en de posten zien. Daaraan gekoppeld verwacht de raad dat DutchCulture zijn eigen opvatting formuleert en benoemt welke (inhoudelijke) taken de instelling ziet, naar welke rol zij wil toegroeien (uitwisseling, informatie verzamelen) en wat zij daarvoor nodig heeft. De evaluatie van het IOB moet hierin worden meegenomen.

De aanvragen voor regelingen binnen ‘Creative Europe’ lopen via de Creative Europe Desk. Op zichzelf vindt de raad dat voor het mediadeel een positie bij het Filmfonds voor de hand zou liggen. Maar op Europees niveau is ‘Creative Europe’ één programma voor media en cultuur geworden waarvoor één helpdesk is ingesteld.

DutchCulture en Vlaams-Nederlands Huis deBuren werkten in 2015 volgens de raad succesvol samen bij het programma ‘BesteBuren’, ter gelegenheid van twintig jaar culturele samenwerking met Vlaanderen.

De raad kan zich vinden in de positieve waardering van IOB voor de brede programmatische aanpak van het programma ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’, die geleid heeft tot professionalisering op het gebied van behoud en beheer van erfgoed en verbreding van internationale contacten. 5 Hierin beheert DutchCulture een matchingsfonds, is het voorzitter van de programmaraad en vervult het een informatie- en coördinatiefunctie met netwerkbijeenkomsten rondom erfgoedthema’s en een internationaal bezoekersprogramma. De raad vindt het wel jammer dat DutchCulture in de aanvraag geen aandacht besteedt aan het Europees Erfgoedlabel.

De raad is van mening dat DutchCulture na de fusie zijn dienstverlening op het gebied van kunst, cultuur, erfgoed en de audiovisuele sector weliswaar heeft bevorderd, maar dat het de specifieke taken van de voormalige partners nu definitief met elkaar moet vervlechten.

Educatie en participatie

DutchCulture heeft in de aanvraag, behalve dat het meldt stageplekken aan te bieden aan hbo- en wo-studenten, niets opgenomen over educatie en participatie. De raad vindt dat teleurstellend. Hij vindt een educatieprogramma gericht op scholen weliswaar niet passend bij de opdracht van DutchCulture, maar ziet wel kansen in het kader van de culturele uitwisseling van bijvoorbeeld jeugdtheatergezelschappen, jonge filmers of culturele beleidsmakers uit de omringende landen.

DutchCulture noemt een breed palet aan huidige en toekomstige samenwerkingspartners. De raad mist een inhoudelijke beschrijving van de samenwerking en een duidelijke keuze.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Omdat DutchCulture nog onvoldoende definieert wie het tot zijn publiek rekent en welke doelstellingen het daarbij hanteert, kan de raad de effectiviteit van het publieksbereik niet beoordelen. DutchCulture vermeldt in de aanvraag weliswaar dat het de afgelopen periode duizend adviesgesprekken heeft gevoerd, maar de raad vindt geen beschrijving van een analyse van die gesprekken terug en heeft daarom geen beeld van het rendement van de adviezen. Het is onduidelijk met wie er is gesproken. Hetzelfde geldt voor de contacten met de posten, waarvan ook geen analyse en cijfers beschikbaar zijn.

Ondernemerschap

De financiële situatie van DutchCulture zag er eind 2014 over het algemeen redelijk uit. De instelling is vrijwel volledig afhankelijk van subsidies van OCW en BZ. De eigen inkomsten zijn in 2014 verdrievoudigd ten opzichte van 2013, maar vormen een gering percentage van de totale baten (2,5 procent in 2014). In de begroting voor de komende BIS-periode is DutchCulture volledig afhankelijk van subsidies en raamt het geen eigen inkomsten meer.

DutchCulture heeft de afgelopen jaren kunnen interen op het eigen vermogen, doordat er sprake was van diverse bestemmingsfondsen en -reserves, opgebouwd uit eerdere rijkssubsidies. Deze bestemmingsfondsen en -reserves zijn inmiddels vrijwel volledig besteed. De raad vindt het noodzakelijk dat DutchCulture in de komende periode een sluitende jaarrekening realiseert. Daarin moet een materieel budget zijn opgenomen voor andere instellingen dan DutchCulture zelf om activiteiten te laten ondernemen die internationalisering bevorderen. De raad verwacht in het nieuwe plan ook een standpunt over de rol die DutchCulture de komende periode ambieert: als informatiemakelaar die gratis dienstverlening biedt voor een gekwantificeerd aantal uren of bijvoorbeeld als cultuurmakelaar voor de culturele sector in het buitenland die een derde geldstroom zal initiëren.

De raad deelt de mening van DutchCulture dat zijn naamsbekendheid zowel nationaal als internationaal verbeterd kan worden; de marketing en communicatie van de instelling kunnen hieraan bijdragen.

De raad vindt dat de opbouw van het personeelsbestand passend moet zijn bij de mate van flexibiliteit die voor DutchCulture nodig is om nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden.

De raad mist in het plan een toelichting op de naleving van de Governance Code Cultuur. Voorheen zaten de fondsen in een raad van toezicht van de rechtsvoorganger van DutchCulture. In de overgang naar het nieuwe model bestaat die aansluiting niet meer, waardoor er volgens de raad minder draagvlak voor de organisatie is. De raad vindt het dan ook de hoogste tijd dat het ministerie richtlijnen geeft over de gewenste afstemming tussen de rollen en taken van DutchCulture, de posten en de fondsen.

‘Cultuur als kans. Beleids­doorlichting van het internationaal cultuurbeleid 2009 – 2014’, Inspectie Ontwikkelings­­samenwerking en Beleids­­evaluatie, maart 2016.

Beleidsbrief ‘internationaal cultuurbeleid, Raad voor Cultuur, maart 2016.

Beleidsbrief ‘internationaal cultuurbeleid, ministerie van OCW en ministerie van BZ, 2016.

Beleidsbrief ‘visie internationaal cultuurbeleid’, ministerie van OCW en ministerie van BZ, 2012.

‘Cultuur als kans. Beleids­doorlichting van het internationaal cultuurbeleid 2009 – 2014’, Inspectie Ontwikkelings­samenwerking en Beleidsevaluatie, pagina 61-63, maart 2016.

DutchCulture

DutchCulture

Aanvullend advies
14 juli 2016

DutchCulture heeft van de mogelijkheid gebruikgemaakt om te reageren op feitelijke onjuistheden in het advies van de raad. Ook brengt de instelling enkele algemene bezwaren naar voren.

DutchCulture meent dat belangrijke ontwikkelingen, die hebben plaatsgevonden na de indieningstermijn voor de subsidieaanvraag, geen rol hebben gespeeld in de beoordeling van de raad. De raad wijst erop dat de kern van zijn advies is dat DutchCulture een nieuw activiteitenplan moet indienen dat aansluit bij het recent bepaalde beleidskader voor internationaal cultuurbeleid en dat reflecteert op de uitkomsten van de evaluatie van het internationaal cultuurbeleid. Zowel het beleidskader als de evaluatie zijn gepubliceerd ná de deadline voor de subsidieaanvraag.

DutchCulture vindt verder dat het uniforme toetsingskader en het beoordelingsraamwerk onvoldoende rekening houden met de kerntaak van de instelling; zij heeft de ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken verzocht om een aanpassing ervan. De raad heeft niet de ruimte om af te wijken van het toetsingskader en het beoordelingsraamwerk; hij heeft hiervoor ook geen verzoek van het ministerie ontvangen. De raad wijst er echter wel op dat hij bij de beoordeling rekening houdt met de missie en het profiel van de instelling. Aanvragers kunnen –binnen de grenzen van de subsidieregeling – eigen keuzes maken over de invulling van hun kernactiviteiten (zie Beoordelingskader, pagina 10-11, pdf). De raad constateert dat DutchCulture zich in zijn aanvraag nog niet voldoende helder positioneert en niet aangeeft wat hij nodig heeft om zijn opdracht optimaal te kunnen uitvoeren.

DutchCulture geeft aan dat hij de programma’s ‘Europe for Citizens’, ‘Creative Europe’ (door de raad per abuis ‘Creatieve Industrie’ genoemd), ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ en ‘TransArtists’ niet uitvoert, zoals de raad schrijft. De raad erkent dat DutchCulture deze programma’s (behalve het ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’-programma) niet uitvoert maar hierbij een voorlichtende, adviserende en stimulerende taak heeft.

DutchCulture wijst erop dat de raad een foutieve omschrijving geeft van de opgedragen taak. De kernopdracht van de instelling is de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid en het stimuleren van de uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van erfgoed tussen organisaties en landen; de opdracht is niet om te onderzoeken hoe Nederlandse kunstenaars meer op internationale podia kunnen spelen en omgekeerd. De raad weerspreekt deze kritiek. Op een aantal plaatsen in het advies gaat hij in op de opdracht aan DutchCulture en de taken die hiermee samenhangen. De raad vindt echter wederkerigheid een onderbelichte factor in de beleidskaders en in de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid. Hij vindt het jammer dat DutchCulture bij de beschrijving van zijn visie en taken dit aspect onderbelicht laat.

De raad schrijft dat in de registratie van Buitengaats te veel onnauwkeurigheden zitten om de gegevens als structureel monitoringsinstrument te kunnen gebruiken. DutchCulture stelt dat Buitengaats geen monitoringsinstrument is en ook niet als zodanig is ontwikkeld of gebouwd. De raad maakte zijn opmerking tegen de achtergrond dat DutchCulture geen resultaten van een klanttevredenheidsonderzoek beschikbaar heeft gesteld, waardoor er weinig valt te zeggen over de uitkomsten en effectiviteit van internationalisering en internationaal cultuurbeleid.

DutchCulture is het niet met de raad eens dat de internationaliserings- en bezoekersprogramma’s van de zes cultuurfondsen overlappen met het aanbod van DutchCulture. DutchCulture biedt geen residencies aan, maar beheert een residency-netwerk (TransArtist) en geeft advies over residency-projecten. Daarnaast heeft DutchCulture bezoekersprogramma’s op het gebied van erfgoed en bovensectorale programma’s. De raad erkent dat een aantal van zijn formuleringen niet exact genoeg is. Hij blijft bij zijn mening dat er meer afstemming moet komen in de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid.

DutchCulture wijst de raad erop dat de aanvragen voor regelingen binnen ‘Creative Europe’ niet via de Creative Europe Desk verlopen; hij adviseert en begeleidt potentiële aanvragers zowel in media- als andere disciplines. Ook vindt DutchCulture de opmerkingen van de raad over Creative Europe in tegenspraak met het latere advies om te komen tot een meer geïntegreerde dienstverlening. De raad noemt de Creative Europe Desk in zijn advies een helpdesk. Hij vindt geïntegreerde dienstverlening belangrijk. Dat neemt niet weg dat de raad ook voordelen ziet voor de positie van het mediadeel bij het Filmfonds. Maar zo is het programma Creative Europe op Europees niveau niet ingestoken.

De raad vindt het jammer dat DutchCulture in zijn aanvraag geen aandacht besteedt aan het Europees Erfgoedlabel. DutchCulture merkt op dat dit in 2013 – 2016 geen kerntaak is geweest en dat hij in de opdracht voor 2017 – 2020 niet is gevraagd zijn taken op het gebied van erfgoed uit te breiden. De raad heeft zijn advies geschreven op basis van de ingediende aanvraag; daarvan maakt de opdracht voor 2017 – 2020 geen onderdeel uit.

Ten slotte vindt DutchCulture de opmerking van de raad onjuist dat voorheen de fondsen in een raad van toezicht zaten van de rechtsvoorgangers van DutchCulture. Deze rechtsvoorgangers hadden volgens DutchCulture geen raad van toezicht. Wel kende een van de rechtsvoorgangers (SICA) in de periode 1999 – 2008 een stichtingsraad, waarin onder meer de fondsen zitting hadden. Een aantal van de fondsen leverde een financiële bijdrage aan de activiteiten van SICA. Na de opheffing van de stichtingsraad in 2009 werd onderzoek gedaan naar het vormen van een adviesraad, wat resulteerde in een aantal programmaraden waarin de relevante fondsen en instellingen participeren en adviseren. De raad neemt deze aanpassing over.

De reactie van DutchCulture geeft de Raad voor Cultuur geen aanleiding zijn advies te herzien. De raad ziet voor DutchCulture een belangrijke rol weggelegd in het internationaal cultuurbeleid en kijkt uit naar het nieuwe activiteitenplan van de instelling.

DutchCulture

DutchCulture

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd Stichting DCICC (hierna: DutchCulture) geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. Zij heeft de instelling in haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 verzocht een aangepast activiteitenplan in te dienen dat voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • De instelling verwerkt de recent bepaalde beleidskaders van het internationaal cultuurbeleid in het plan.
  • De instelling reflecteert op de uitkomsten over haar in de evaluatie van het internationaal cultuurbeleid, die onlangs is gepubliceerd door het IOB.
  • De instelling reflecteert op haar eigen functioneren.

In dit advies beoordeelt de raad of de instelling aan deze eisen heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat DutchCulture met haar aangepaste plan aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan.

De raad is verheugd over het aangepaste activiteitenplan van DutchCulture. De instelling gaat zorgvuldig in op de eisen die de minister in haar beschikking heeft gesteld. Het activiteitenplan sluit aan bij de uitgangspunten van het onlangs geformuleerde beleidskader 2017 – 2020 over het internationaal cultuurbeleid. 1

Beoordeling

Kwaliteit

DutchCulture positioneert zich in haar eigen woorden als ‘landelijke informatiemakelaar voor professionals in de culturele en diplomatieke sector met internationale culturele ambities’. De instelling sluit daarmee aan bij de opdracht die in het beleidskader door de ministeries van OCW en BZ wordt beschreven. DutchCulture werkt met drie doelstellingen: efficiëntere en effectievere samenwerking binnen Nederland en met buitenlandse partners; groter bereik, zichtbaarheid en invloed van internationale culturele samenwerking en van het internationaal cultuurbeleid; meer relevante internationale culturele samenwerking door gerichte dienstverlening op het gebied van mobiliteit, Europese financiering en samenwerking met de Nederlandse sector.

Deze doelstellingen worden helder uitgewerkt in resultaten, speerpunten en werkwijze. De raad vindt ze relevant, onderscheidend en in lijn met de opdracht uit het beleidskader. DutchCulture legt in het aangepaste activiteitenplan ambitie aan de dag als het gaat om de verspreiding van informatie; er worden veel debatten, bijeenkomsten en online informatie aangekondigd. De raad vindt het positief dat er inmiddels met de posten en de fondsen meerjarige strategieën zijn uitgewerkt, zodat er meer samenhang ontstaat in de uitvoering van de internationale activiteiten van deze organisaties. Hiermee wordt ingehaakt op de constatering in het evaluatierapport van het IOB dat het de afgelopen jaren ontbrak aan coördinatie en regie in de beleidsuitvoering.

DutchCulture reflecteert in het aangepaste plan op haar eigen functioneren. Zij blikt terug op de periode na het wegvallen van de sectorinstituten. De instelling heeft een (beperkt) klantonderzoek laten uitvoeren, waarmee zij tegemoetkomt aan de kritiek in het eerdere advies over een gebrek aan gegevens over het bereik van doelgroepen. De raad vindt het onderzoek een goede stap en dringt erop aan dat DutchCulture het eigen functioneren blijft onderzoeken door het effect van haar werkzaamheden met regelmaat te evalueren.

De raad waardeert het dat DutchCulture de ruimte neemt om ook buiten de focuslanden en ‘maatwerklanden’ interessante ontwikkelingen te volgen en te steunen. Ook in haar dienstverlening gaat zij een stap verder. Naast de Nederlandse culturele sector en het Nederlandse postennetwerk ziet DutchCulture de dienstverlening aan het internationale culturele veld en de buitenlandse vertegenwoordigingen in Nederland als belangrijke factoren voor internationale culturele samenwerking.

De raad hoopt dat de wederkerigheid tussen Nederland en internationale partners nog beter wordt geborgd. Dat aandachtspunt is zowel door de raad als in de beleidsbrief van de ministeries naar voren gebracht; het internationaal cultuurbeleid is immers meer dan exportbeleid. De buitenlandse bezoekersprogramma’s dragen bij aan deze wederkerigheid. Daarnaast richt DutchCulture ‘Mapping NL’ meer in als een staalkaart van het culturele veld ten behoeve van het buitenland en wordt ‘Buitengaats’ gekoppeld aan de agenda internationale culturele samenwerking. De raad vindt inzicht in de realisatie en kwaliteit van buitenlandse activiteiten in Nederland belangrijk. Hij stelt voor om te onderzoeken of in de toekomst ook deze activiteiten in kaart kunnen worden gebracht.

Bij de doelstelling om tot een grotere zichtbaarheid van internationale culturele samenwerking te komen, kiest DutchCulture nadrukkelijk positie. Zij kiest ervoor ‘niet blindelings de agenda van de overheid’ te volgen, maar in samenwerking met internationale partners ruimte te bieden aan andere geluiden en actuele thema’s en urgente vraagstukken te agenderen. De raad vindt het een goed initiatief dat past bij een organisatie die als barometer en kennisplatform wil opereren. Een mooi voorbeeld hiervan vindt de raad het ‘Forum on European Culture’ dat DutchCulture afgelopen zomer samen met De Balie organiseerde. Hier werd aandacht gevraagd voor het verbrokkelde Europa dat te weinig urgentie uitstraalt ten opzichte van mondiale problemen en voor de verbindende rol die cultuur daarbij kan spelen. De raad kijkt uit naar een volgende editie van dit forum in 2018.

Educatie en participatie

De raad vindt het stimulerend dat DutchCulture in het aangepaste activiteitenplan de ambitie formuleert om het vak van internationale culturele samenwerking actief over te dragen aan een nieuwe generatie. Zij kiest ervoor om binnen het hoger onderwijs collegereeksen, gastcolleges met internationale bezoekers en artist talks te verzorgen, alsmede trainingsprogramma’s voor jonge internationale cultuurprofessionals te organiseren. De raad ziet graag cijfers en een verantwoording van de instelling over haar (voorgenomen) activiteiten op dit terrein terug in de plannen.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

DutchCulture is van mening dat de sector er onvoldoende in slaagt de impact en het rendement van alle internationale inspanningen zichtbaar te maken. Zij positioneert zich in het aangepaste activiteitenplan als promotor om die zichtbaarheid te vergroten en de verbinding te leggen tussen internationale culturele samenwerking en de Nederlandse samenleving. Met strategische communicatie wil zij het brede publiek kennis laten maken met de resultaten van internationale culturele samenwerking. De raad onderstreept het belang hiervan; hij is benieuwd naar de stappen die DutchCulture gaat zetten.

Ook heeft DutchCulture een klantonderzoek laten uitvoeren om te kunnen monitoren in hoeverre zij het veld weet te bereiken en waar de behoeften liggen. De raad vindt de omvang van het onderzoek dat is uitgezet bij 70 klanten nog te beperkt ten opzichte van de 1.500 adviesgesprekken die hebben plaatsgevonden. Hij moedigt de instelling aan frequent en steekproefsgewijs klantonderzoek te blijven doen.

Ten tijde van de aanvraag beschikte DutchCulture nog niet over het evaluatierapport ‘Cultuur als kans’ (1 maart 2016) en de beleidsreactie hierop in de Kamerbrief over internationaal cultuurbeleid 2017 – 2020 (4 mei 2016).