Boekmanstichting

Boekmanstichting

De Boekmanstichting profileert zich als een onafhankelijk kenniscentrum voor kunst- en cultuurbeleid in Nederland. De instelling bevordert en faciliteert onderzoek naar de rol en functie van kunst en cultuur in de samenleving en naar de productie, distributie en afname ervan. Daarnaast verzamelt en ontsluit de Boekmanstichting (statistische) informatie over nationaal en – in beperkte mate – internationaal cultuurbeleid. De Boekmanstichting rekent ook het stimuleren van de meningsvorming tot haar kerntaken. De instelling maakt gebruik van een website, bibliotheek en publicaties, en organiseert lezingen, expertmeetings, symposia en debatten.

Ten behoeve van de kennisfunctie werkt de instelling samen met andere kennisinstellingen, zoals het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en universiteiten. Sinds 2013 coördineert de Boekmanstichting de tweejaarlijkse productie van de ‘Cultuurindex Nederland’, die de instelling presenteert als een nationale barometer voor de vitaliteit van kunst en cultuur. De ‘Cultuurindex Nederland’ wordt in nauwe samenwerking met het SCP samengesteld, onder meer op basis van langjarig verzamelde cultuurstatistieken.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert de Boekmanstichting geen subsidie toe te kennen, tenzij de instelling een nieuwe, sluitende begroting indient met een daarop aangepast activiteitenplan. Daarin maakt de Boekmanstichting in elk geval duidelijk:

  • Hoe de instelling zich positioneert als onafhankelijke, vraaggerichte kennisorganisatie gericht op het verzamelen valideren, verrijken en verspreiden van kennis over kunst- en cultuur(beleid).
  • Welke visie de instelling heeft op de verdere ontwikkeling en benutting van haar kennisfunctie, in het bijzonder de rol van de ‘Cultuurindex Nederland’.
  • Op welke wijze de instelling deze (her)positionering als publieke kennisorganisatie vertaalt naar haar werkwijze en organisatie.

De raad heeft er waardering voor dat de Boekmanstichting de afgelopen periode geplande projecten, ondanks de bezuinigingen, grotendeels heeft weten te realiseren. De instelling heeft ook de website en haar tijdschrift vernieuwd en de continuïteit van de ‘Cultuurindex Nederland’ gewaarborgd.

Met het oog op de door het ministerie van OCW aangekondigde analyse van en advisering over de ondersteuningsstructuur in 2017, had de raad verwacht dat de Boekmanstichting een toekomstgerichte visie zou presenteren op haar rol als bovensectoraal opererend kennisinstituut in de BIS. In haar plan stelt zij zich echter afhankelijk en behoudend op. De Boekmanstichting laat zich volgens de raad remmen door de weinig vraaggerichte invulling van haar taken.

In de culturele sector worden gegevens en cijfermatige trends nog onvoldoende systematisch verzameld, geïnterpreteerd en gedeeld. De behoefte aan een onafhankelijke, vraaggerichte en verbindende kennisorganisatie of -netwerk is groot. De raad vindt het noodzakelijk dat de Boekmanstichting zich als publieke kennisorganisatie bezint op haar positionering en werkwijze in het licht van deze behoefte.

De organisatie en de personeelsopbouw van de Boekmanstichting zijn te veel afgestemd op haar de bibliotheekfunctie. De raad constateert dat de instelling door deze focus niet flexibel kan inspelen op veranderende behoeften in haar omgeving. Hij meent de Boekmanstichting haar effectiviteit kan vergroten door haar beperkte capaciteit breder inzetbaar te maken en te richten op de kerntaken die uit een strategische herpositionering volgen. Voor een uitbreiding van de capaciteit van de Boekmanstichting ziet de raad mogelijkheden in het uitdiepen van strategische allianties, vraaggerichte diensten en producten, en in de werving van nationale en internationale onderzoeksubsidies.

Beoordeling

Kwaliteit

De Boekmanstichting positioneert zich als een onafhankelijk, bovensectoraal kennisinstituut met een rol op nationaal, regionaal en internationaal niveau in de wetenschap, de politiek en in een bestuurlijke omgeving. De raad heeft waardering voor de activiteiten die de instelling heeft uitgevoerd, zeker in het licht van een korting van 27 procent op de rijkssubsidie en de twee directeurswisselingen die de Boekmanstichting in korte tijd heeft meegemaakt. Met name het tijdschrift en de ontwikkeling van de ‘Cultuurindex Nederland’ vindt de raad relevante producten. Toch ziet de raad de rol van de kennisinstelling, door haar grote focus op de bibliotheekfunctie, te marginaal worden. Om haar missie de komende tijd succesvol in praktijk te kunnen brengen, verwacht de raad dat de instelling transformeert tot een vraaggerichte kennisorganisatie.

De raad vindt het belangrijk dat de Boekmanstichting beleidsnota’s en -rapporten blijft verzamelen uit de zogenaamde ‘grijze collectie’ (een buitencategorie door het ontbreken van een ISBN-nummer). Deze collectie wordt nergens systematisch verzameld of in bibliotheekcollecties opgenomen.

Maar zoals uit de bezoekcijfers van de bibliotheek blijkt, ligt de toekomst van de Boekmanstichting volgens de raad niet in deze activiteit, maar in het uitbouwen van de kennisfunctie. Dat zorgt ervoor dat de instelling zich strategisch en daadkrachtig moet richten op het verzamelen, toegankelijk maken en duiden van (cijfermatige) informatie over ontwikkelingen in de culturele sector. De raad benadrukt andermaal dat er in die sector veel behoefte is aan een onafhankelijk en verbindend kennisinstituut of -netwerk dat (cijfermatige) trends kan verbinden met inhoudelijke analyses. 1 De raad wijst in dit verband graag op kennisinstituten die qua profiel, werkwijze en functie als rolmodel kunnen dienen, zoals bijvoorbeeld het Mulier Instituut voor de sportsector. 2

In 2017 zullen de functies en taken van sectorbrede ondersteunende instellingen door het Ministerie van OCW worden geëvalueerd, waarna de raad daarover zal adviseren. De komende periode zal dan ook bepalend zijn voor de rol die de Boekmanstichting kan spelen als nationaal kennisinstituut voor de cultuursector. Vanuit deze achtergrond bezien, had de raad een strategisch toekomstperspectief verwacht; hij vindt echter dat de Boekmanstichting zich terughoudend opstelt, wat onder meer tot uitdrukking komt in de streefcijfers. Zo voorziet de instelling een halvering van het aantal evenementen (van 27 in 2015 naar 12 in de periode 2017 – 2020), een verdere daling van het aantal uitleningen (van 1.563 naar 1.100) en een gelijkblijvend aantal informatieverzoeken.

De Boekmanstichting vermeldt wel meer aandacht te willen besteden aan de ‘Cultuurindex Nederland’. Dat vindt de raad positief; het belang hiervan is vooral het samenbrengen van versnipperd verzamelde statistieken en het bijbehorende (kwantitatieve) onderzoek. De raad mist in het plan van de Boekmanstichting een concrete visie op de verdere ontwikkeling en benutting van deze gegevensstromen. Ook verwacht hij van de instelling een reflectie op haar eigen rol in relatie tot andere kennisorganisaties zoals bijvoorbeeld het SCP, CBS en ook buitenlandse kennisinstellingen.

De ‘Cultuurindex Nederland’ kan in het transitieproces van de Boekmanstichting een opstap zijn om nieuwe relaties aan te gaan met internationaal toonaangevende partners. De raad heeft waardering voor de internationale relaties die de instelling onderhoudt, maar mist een uitgesproken ambitie, ook waar het de internationale subsidiemogelijkheden betreft voor onderzoek en valorisatie van kennis. Hier liggen kansen voor de Boekmanstichting om haar dienstenpakket uit te breiden met hoogwaardige kennisproducten en betaalde diensten in een (inter)nationaal perspectief.

De raad waardeert het voornemen om een regionale variant van de ‘Cultuurindex Nederland’ te ontwikkelen, in samenwerking met de Atlas voor Gemeenten. Dit sluit mooi aan bij de grotere rol van stedelijke regio’s in het cultuurbeleid. De belangstelling die het bedrijfsleven hiervoor nu al heeft getoond, is bemoedigend.

Educatie en participatie

De instelling heeft geen taak op het gebied van educatie voor scholen. De Boekmanstichting formuleert er dan ook geen beleid voor. De raad moedigt de instelling aan om talentontwikkeling op wetenschappelijk gebied te blijven faciliteren, zoals via de ‘Dissertatieprijs’. De raad waardeert de inspanningen van de Boekmanstichting om met een klankbordgroep jonge onderzoekers aan zich te binden.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

De Boekmanstichting registreerde de afgelopen periode minder bibliotheekuitleningen. Hier staat een stijging tegenover van de bezoeken aan de online catalogus. Deze stijging is echter niet zo sterk als de daling van bibliotheekuitleningen. In de periode 2013 – 2015 ontving de instelling meer informatieaanvragen (van een kleine 10.000 naar ruim 17.000). De Boekmanstichting verwacht niet dat dit aantal verder zal stijgen in de komende periode. De raad vraagt zich af wat hiervan de reden is en verwacht dat de Boekmanstichting reflecteert op de mogelijke gevolgen.

De website van de instelling is gebruikersvriendelijk en het tijdschrift ‘Boekman’ sluit goed aan bij de doelgroep. De bibliotheekcollectie is verder gedigitaliseerd en de ontsluiting ervan via de website is verbeterd. De raad mist echter een plan om deze communicatiekanalen effectief in te zetten voor kennisdeling en -vermeerdering binnen en buiten de sector. Als de Boekmanstichting haar ambities op het terrein van doelgroep- en publieksbereik wil behalen, is een krachtige mediastrategie op zijn plaats. Volgens de raad kunnen het tijdschrift en de website(s) effectiever worden ingezet om actuele onderwerpen aan de orde stellen, en gevalideerde feiten en cijfers naar doelgroepen te communiceren.

De Boekmanstichting gaat de komende periode minder debatten, expertmeetings en conferenties organiseren, en minder boeken publiceren. Hierdoor voorziet de instelling een daling van het aantal deelnemers (van 1778 naar 1000, op jaarbasis). Tegen de achtergrond van het streven naar werkdrukvermindering en meer focus op de ‘Cultuurindex Nederland’ is dit een begrijpelijke stap, maar de raad vindt dat de instelling er ook op moet toezien dat zij voldoende in de openbaarheid treedt en zorgt voor nieuw publiek. De Boekmanstichting zou onder meer kunnen onderzoeken hoe zij als onafhankelijke partij een actuele agenda kan verbinden aan het verzamelen van kwantitatieve gegevens, en hoe zij de doelgroepen proactiever kan bedienen met relevante facts & figures.

De instelling wil steviger inzetten op het uitbouwen van haar website en op haar reputatie als hét platform waar nationale en regionale cijfers worden verzameld, gestructureerd, gecontroleerd, geanalyseerd en geduid. De raad is hierover positief.

Ondernemerschap

De financiële positie van de Boekmanstichting is gezond. Wel is het verdienpercentage afgenomen en heeft de instelling een verdere daling van de eigen inkomsten begroot. Hierdoor zal zij naar verwachting in de komende periode meer afhankelijk zijn van structurele subsidie van het ministerie van OCW. De raad denkt dat het zinvol is om bijvoorbeeld via Europese fondsen aanvullende middelen te zoeken voor de ‘Cultuurindex Nederland’ of thema-gebonden onderzoek voor private of publieke fondsverstrekkers.

Om door te gaan op de ingeslagen weg is het volgens de raad noodzakelijk dat de Boekmanstichting in personeel investeert en (jonge) onderzoekers aantrekt. De Boekmanstichting vraagt in haar plan aandacht voor de huidige personeelsbezetting (circa 8 fte); voor de bezuiniging beschikte de instelling over 12,5 fte. De raad realiseert zich dat dit een kleine bezetting is om de volwaardige functie van een kennisinstelling te vervullen; vooral ook omdat het grootste deel van deze formatie wordt ingezet voor de bibliotheek en het tijdschrift. Deze situatie vraagt volgens de raad om een fundamentele bezinning op het personeelsbeleid van de instelling.

De Boekmanstichting hanteert de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit.

‘Agenda Cultuur. 2017 – 2020 en verder’, Raad voor Cultuur,
pagina 107-111, 2015.

‘De publieke kennisorganisaties’, Koens, Chiong Meza, Faasse, De Jonge, in: Feiten & Cijfers, Rathenau Instituut, 2016.

Boekmanstichting

Boekmanstichting

Aanvullend advies
14 juli 2016

De Boekmanstichting schrijft in haar reactie dat de raad ten onrechte aanneemt dat de organisatie en personeelsopbouw zijn afgestemd op de bibliotheekfunctie. De Boekmanstichting geeft aan slechts 1,9 van de 9,43 fte’s in te zetten voor de brede informatiedienstverlening, inclusief de bibliotheekwerkzaamheden. In aansluiting hierop vermeldt de instelling dat de raad in zijn advies de suggestie wekt dat het personeel van de Boekmanstichting niet breed wordt ingezet, terwijl er met flexibel samengestelde teams gewerkt wordt en vrijwel iedereen combinatiefuncties vervult. Ook wijst de Boekmanstichting erop dat het personeelsverloop klein is; de gemiddelde leeftijd van het personeel is 55 jaar.

De raad begrijpt dat de Boekmanstichting na de bezuinigingen in 2013 genoodzaakt is haar personeel multi-inzetbaar te maken en heeft waardering voor de veerkracht van de instelling. De raad erkent dat de Boekmanstichting haar personeel op meer dan alleen de bibliotheekfunctie inzet. Wel vindt de raad op basis van de subsidieaanvraag dat de core business van de organisatie nog te veel is gericht op de documentatiefunctie en de bibliotheekactiviteiten. Er moet nog een flinke stap genomen worden om de omslag naar kenniscentrum te kunnen maken.

De raad heeft er begrip voor dat de Boekmanstichting, gelet op de budgettaire beperkingen, op dit moment weinig mogelijkheden heeft om meer onderzoekers aan te stellen. De strategie moet er echter wel op gericht zijn de benodigde expertise in huis te halen. De raad is overigens van mening dat de leeftijdsopbouw van het personeel de vernieuwing van de Boekmanstichting helemaal niet in de weg hoeft te staan.

De Boekmanstichting vindt het onterecht dat de raad de werkzaamheden aan de Cultuurindex reduceert tot het samenbrengen van versnipperde, verzamelde statistieken en het bijbehorende (kwantitatieve) onderzoek. De instelling vermoedt dat de raad onvoldoende zicht heeft op de activiteiten van de Boekmanstichting, omdat die niet zijn opgenomen zijn in het prestatieoverzicht. De Boekmanstichting voegt bij haar reactie een overzicht van haar activiteiten.

De introductie van de Cultuurindex heeft volgens de Boekmanstichting bijgedragen aan de omslag van documentatiecentrum naar kenniscentrum. De raad heeft waardering voor dat de werkzaamheden die de Boekmanstichting rondom de Cultuurindex heeft ontplooid. Ook de beoogde uitbreiding naar lokaal niveau moedigt de raad aan. Maar de Boekmanstichting zal volgens de raad meer moeten ondernemen om de omslag naar een kenniscentrum te kunnen volbrengen. Zo kan er bijvoorbeeld ook worden gekeken naar soortgelijke indexen, scoreboards of rankings op andere terreinen om een analyse- en presentatietool te creëren waar lokaal en zelfs internationaal furore mee kan worden gemaakt. Tot nu toe mist de raad een dergelijke ambitie.

De Boekmanstichting vindt dat de raad in zijn advies een onjuist beeld geeft van de aantallen fysieke uitleningen, door zich te baseren op de resultaten over de periode 2013 – 2014. Uit het jaarverslag van 2015 is volgens de Boekmanstichting op te maken dat het aantal fysieke uitleningen in 2015 met 7 procent is toegenomen ten opzichte van 2014 (van 707 naar 754 titels). Dat vindt de instelling opmerkelijk, omdat het aantal fysieke bezoeken aan de bibliotheek in die periode afnam door het nieuwe openingsbeleid.

Hoewel de raad verheugd is over het feit dat de fysieke uitleningen niet verder zijn gedaald, maakt dit aantal duidelijk dat de toekomst van de Boekmanstichting niet in de bibliotheekfunctie besloten ligt.

De Boekmanstichting wijst de raad erop dat ze haar tijdschrift en website sinds kort effectiever inzet om actuele onderwerpen aan de orde te stellen en gevalideerde feiten en cijfers naar de doelgroepen te communiceren. De instelling beschrijft in haar reactie welke maatregelen zij heeft genomen om de doelgroep beter te bedienen. De raad spreekt in zijn advies waardering uit voor het vernieuwde tijdschrift en ook de website vindt hij toegankelijk en aantrekkelijk. De raad mist in de subsidieaanvraag een mediastrategie, waarin uiteengezet wordt hoe het tijdschrift en de website worden ingezet om de doelgroep te kunnen bereiken en uit te breiden. Uit de prognoses voor 2017 – 2020 blijkt volgens de raad niet dat de Boekmanstichting rekent op groei. De raad meent dat met een gedegen mediastrategie dit wel degelijk te realiseren is.

Tot slot merkt de Boekmanstichting op dat zij positief staat tegenover het toekomstige onderzoek van het ministerie van OCW naar de sectorbrede ondersteunende instellingen. Zij vindt het niet juist om vooruitlopend op de resultaten daarvan haar werkzaamheden te herpositioneren en uit te breiden. Wel staat de Boekmanstichting positief tegenover de aanbeveling van de raad om een toekomstvisie te presenteren op een rol als onafhankelijke, vraaggerichte kennisorganisatie voor kunst, cultuur en beleid. De raad verwacht, juist met oog op het onderzoek naar en het advies over de inrichting van de ondersteuningsstructuur, dat de Boekmanstichting haar ambities en plannen voortvarend voor het voetlicht brengt.

De raad kijkt uit naar de toekomstvisie van de Boekmanstichting. Hij moedigt de instelling aan om daarbij niet alleen nationaal te kijken maar ook de internationale positionering in het vizier te houden, zodat het aanboren van bijvoorbeeld Europese subsidiemogelijkheden/programmagelden tot de mogelijkheden behoort.

De Raad voor Cultuur ziet in de reactie van de Boekmanstichting geen aanleiding zijn advies te herzien. De raad kijkt uit naar het nieuwe activiteitenplan van de instelling.

Boekmanstichting

Boekmanstichting

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd de Boekmanstichting geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. Zij heeft de instelling in haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 verzocht een aangepast activiteitenplan – inclusief sluitende begroting – in te dienen waarmee de Boekmanstichting:

  • Duidelijk maakt hoe de instelling zich positioneert als onafhankelijke, vraaggerichte kennisorganisatie gericht op het verzamelen, valideren, verrijken en verspreiden van kennis over kunst- en cultuur(beleid).
  • Duidelijk maakt welke visie de instelling heeft op de verdere ontwikkeling en benutting van haar kennisfunctie, in het bijzonder de rol van de ‘Cultuurindex Nederland’.
  • Duidelijk maakt op welke wijze de Boekmanstichting haar de (her)positionering als publieke kennisorganisatie vertaalt naar haar werkwijze en organisatie.

In dit advies beoordeelt de raad alleen of de instelling aan deze voorwaarden heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat de Boekmanstichting met haar aangepaste plan heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden.

De Boekmanstichting beschrijft op overtuigende wijze haar positie in de kennisinfrastructuur en de BIS voor de komende vier jaar. De instelling wil niet vooruitlopen op de conclusies van het onderzoek naar de culturele ondersteuningsstructuur dat het ministerie van OCW in 2017 laat uitvoeren en stelt daarom het ontwikkelperspectief niet verder dan 2020. De raad heeft hier begrip voor. De Boekmanstichting zet ‘de Cultuurindex Nederland’ in het centrum van haar beleid en neemt zich voor regionale edities in het leven te roepen. Verder verlegt de Boekmanstichting het zwaartepunt van de activiteiten naar duiding en debat. Om deze koerswijziging te kunnen maken, heeft de Boekmanstichting haar werkwijze en organisatie aangepast. De Raad voor Cultuur beoordeelt het aangepaste plan van de Boekmanstichting positief. De bestendigheid van deze positionering voor de langere termijn zal moeten blijken nadat het onderzoek naar de ondersteuningsstructuur heeft plaatsgevonden.

Beoordeling

Positionering

De Boekmanstichting positioneert zich als kenniscentrum met een regierol in de kennisinfrastructuur van de culturele sector. Zij rekent het tot haar primaire taak om trends en ontwikkelingen in de culturele sector op onafhankelijke wijze te signaleren en op basis van betrouwbare cultuurcijfers te duiden. De Boekmanstichting richt zich daarbij ook op (met name digitale) documentatie van trends. Daarnaast wil de organisatie trends en ontwikkelingen in (internationaal) perspectief plaatsen. De raad vindt dat de Boekmanstichting haar positie goed uitwerkt: het activiteitenplan sluit nu beter aan bij de missie van de instelling. Volgens de Boekmanstichting is haar doelgroep iedereen die zich vakmatig bezighoudt met cultuurbeleid, vanuit het perspectief van de culturele sector, overheid, media en wetenschap. De Boekmanstichting stelt in haar plan dat de vragen en behoeften vanuit deze doelgroep(en) het uitgangspunt zijn voor haar beleid. De raad vindt het niettemin opvallend dat de Boekmanstichting zich sterk richt op de bestuurslaag en vraagt zich af of de instelling haar doelgroep kan verbreden en verdiepen. In dit verband moedigt de raad de instelling aan vragen en behoeften van haar doelgroep op te halen.

De Boekmanstichting onderscheidt vijf functies in haar beleidsplan: duiding, diensten, documentatie, debat en deling. Voor de komende periode wordt het zwaartepunt verlegd naar duiding en debat. Dit gaat ten koste van de functies documentatie en diensten.

De Boekmanstichting streeft ernaar de kennis breed te delen via diverse platforms, zoals een website, tijdschrift en debatten. De ‘Cultuurindex Nederland’ wordt meer centraal gesteld. De Boekmanstichting werkt daarvoor samen met andere kennisinstellingen zoals het SCP, Atlas voor Gemeenten, brancheorganisaties, universitaire vakgroepen en het CBS.

De Boekmanstichting streeft naar een verdere bundeling van statistische expertise en informatie. Daartoe wordt actief geïnvesteerd in de relatie met dataleveranciers zoals het SCP, CBS, TNO en culturele brancheorganisaties. Dit zal onder meer gaan resulteren in één open access platform voor cultuurdata, waarin nieuwe cultuurcijfers direct worden opgenomen.

De raad juicht de ontwikkeling van een dergelijk platform toe. Het is volgens de raad positief, maar ook noodzakelijk dat de Boekmanstichting voor de positionering als kenniscentrum een steviger samenwerking zoekt met dataleveranciers. De raad is benieuwd naar de resultaten hiervan in de komende periode.

Ontwikkeling kennisfunctie

De Boekmanstichting vermeldt dat het SCP door het ministerie van OCW is benaderd om de informatieverzameling voor de database van ‘Cultuur in Beeld’ uit te voeren. De Boekmanstichting stelt voor dat zij hierbij betrokken wordt voor nadere duiding en ontsluiting. De raad moedigt dit aan. De Boekmanstichting kent de culturele sector als haar broekzak en kan haar rol vergroten als beoordelaar van de kwaliteit van data en dataverzamelingen.

Ook overweegt De Boekmanstichting een leidende rol op zich te nemen bij de voortgang van het ‘Compendium of Cultural Policies and Trends in Europe’. Binnen de huidige begrotingsruimte kan deze activiteit echter niet worden opgenomen in het activiteitenplan. Het ligt volgens de Boekmanstichting voor de hand om hiervoor Europees opererende (publieke en private) fondsen aan te schrijven. De raad vindt dat de Boekmanstichting op dit punt meer ondernemingslust kan tonen. De raad denkt dat van de Boekmanstichting een visie mag worden verwacht op de verwerving van een opdrachtenportefeuille.

De raad is positief over het feit dat de Boekmanstichting de ‘Cultuurindex Nederland’ een prominentere positie in het beleid geeft. Een internationale uitrol van de index ligt volgens de instelling niet in de rede omdat andere landen niet over databases beschikken met een vergelijkbare kwaliteit en eenduidigheid van definities; hierdoor is het momenteel niet mogelijk een relevant instrument te ontwikkelen. De Boekmanstichting voert wel een haalbaarheidsonderzoek uit om te bezien of in navolging van de landelijke cultuurindex een regionale cultuurindex ook zinvol is. Hiervoor heeft de Boekmanstichting een intensieve samenwerking voor ogen met de Atlas voor Gemeenten, die het veldwerk zal doen. De raad is positief over dit initiatief, dat gezien het toenemende belang van de stedelijke regio in het cultuurbeleid een zeer welkome bron van data en informatie kan vormen.

Werkwijze en organisatie

De Boekmanstichting zal alleen als zij hiertoe door externe omstandigheden wordt gedwongen een ingrijpende transitie en reorganisatie inzetten. De begroting voor 2017 – 2020 is aangepast aan het door het ministerie van OCW gereserveerde subsidiebedrag van 720.000 euro. De voorgestelde omvang van de transitie en het tempo daarvan worden volgens de Boekmanstichting mede bepaald door de verplichtingen en mogelijkheden die het ministerie van OCW daarvoor biedt, maar ook door het aanstaande onderzoek naar de ondersteunende instellingen. De raad begrijpt deze terughoudendheid. Het huidige plan is goed opgebouwd en maakt inzichtelijk wat de Boekmanstichting kan doen binnen de huidige financiële kaders.

De formatie van de Boekmanstichting bestaat uit 9,43 fte, verdeeld over twaalf medewerkers. In het plan is een overzicht opgenomen van de huidige en toekomstige inzet per soort medewerker, verdeeld over de vijf functies. Daaruit blijkt een verruiming van de formatieplekken voor de functies ‘duiding en debat’. Met de voorgestelde formatie kan de Boekmanstichting op korte termijn haar beleidsdoelen verwezenlijken en een nieuwe koers inslaan.