Het Zuidelijk Toneel

Het Zuidelijk Toneel

Stichting Het Zuidelijk Toneel (hierna: Het Zuidelijk Toneel) is een middelgroot toneelgezelschap dat producties maakt voor schouwburgen, theaterzalen en locaties in BrabantStad, Nederland en het buitenland, met name Vlaanderen. Het gezelschap wordt sinds medio 2015 geleid door niet-regisserend intendant Piet Menu en profileert zich als een organisatie waarin de autonomie van de kunstenaars optimaal tot haar recht komt. Menu nodigt een grote variëteit aan jonge en gevestigde Nederlandse en Vlaamse makers uit zich te ontwikkelen en hun werk aan een publiek te tonen. Het gezelschap wil verbinding zoeken in de regionale economie en de (regionale) samenleving. Het Zuidelijk Toneel wil publiek en makers op vele manieren uitdagen om het perspectief van de ander op het hier en nu te leren kennen.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Zuidelijk Toneel geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij de instelling een nieuw activiteitenplan indient dat voldoet aan de volgende voorwaarden.

  • Een herkenbare identiteit van het gezelschap met een inhoudelijke samenhang en hiërarchie van de plannen.
  • Meer aandacht voor de band met de regio en de landelijke uitstraling.
  • Marketingplannen en een merkenstrategie in het verlengde van het nieuwe profiel.
  • Een betere financiële onderbouwing van de plannen met een solide verdienmodel.

Het Zuidelijk Toneel gaat in de komende periode een nieuwe artistieke koers varen, met als directeur een niet-regisserend intendant. De raad vindt dit een interessante invulling van het artistiek leiderschap en heeft vertrouwen in de persoon die deze functie gaat uitvoeren. De raad is van mening dat het gezelschap de komende jaren een relevante taak kan uitvoeren op het gebied van doorstroming van talent naar de grote zaal.

De raad oordeelt echter negatief over de uitwerking van de plannen. Hij vindt dat het hierin ontbreekt aan samenhang, hiërarchie en focus. Ook wordt onvoldoende duidelijk hoe de instelling zich met de eigen regio gaat verbinden. De instelling zal zich met haar nieuwe profiel opnieuw in de markt moeten zetten en de raad vindt dat zij daar nog geen geloofwaardige strategieën voor heeft ontwikkeld. De raad maakt zich ook zorgen over het financiële fundament onder de plannen.

Beoordeling

Kwaliteit

De langdurige ziekte van de vorige artistiek directeur, Matthijs Rümke, heeft de afgelopen jaren voor onrust gezorgd bij Het Zuidelijk Toneel. Een aantal grotezaalproducties kwam in de ogen van de raad niet goed uit de verf; de afwezigheid van Rümke heeft daar waarschijnlijk toe bijgedragen. Ook werden enkele grotezaalproducties afgelast.

De raad oordeelt positiever over de talentontwikkeling van makers in de drie Brabantse steden Tilburg, Eindhoven en ’s-Hertogenbosch. Met deze – vaak geslaagde – projecten heeft de instelling zich overtuigend geprofileerd als het gezelschap van BrabantStad. Door de variëteit van die makers en de afwezigheid van een artistiek directeur is de artistieke identiteit van het gezelschap de afgelopen jaren echter niet goed uit de verf gekomen.

In september 2015 is Piet Menu aangetreden als de nieuwe artistiek directeur. Hij functioneert als niet-regisserend intendant, die een grote schare makers en gezelschappen aantrekt om onder de vlag van Het Zuidelijk Toneel theaterproducties te maken. De raad vindt een dergelijke invulling van het artistiek leiderschap interessant. Deze keuze geeft Het Zuidelijk Toneel als theatergezelschap een onderscheidend profiel. De raad meent ook dat Menu, gezien zijn netwerk en ervaring, deze taak goed zou kunnen uitvoeren.

Hoewel het gezelschap voor de komende jaren een aantal talentvolle Nederlandse en Vlaamse makers heeft uitgenodigd, oordeelt de raad negatief over het artistieke programma dat Het Zuidelijk Toneel wil uitvoeren. Hierin ontbreken inhoudelijke samenhang en hiërarchie, waardoor de eigen identiteit van Het Zuidelijk Toneel onzichtbaar dreigt te worden. De raad is van mening dat het noodzakelijk is om bij zo’n grote diversiteit van makers meer structuur aan te brengen. Daardoor kunnen bepaalde makers gezichtsbepalender worden en bepaalde thema’s de inhoudelijke samenhang vergroten. Het programma voor de komende jaren oogt nu eerder als het aanbod van een impresariaat, waarbij Het Zuidelijk Toneel als coproducent slechts zijn naam aan de projecten heeft verbonden. De raad vindt de herkenbaarheid van het gezelschap een groot punt van zorg.

De raad mist in de aanvraag ook concrete plannen van Het Zuidelijk Toneel om zich te verbinden met de eigen regio. De verbindingen met Brabantse steden zijn onvoldoende uitgewerkt. Hij vreest dat de band die het gezelschap de afgelopen jaren met een aantal steden heeft aangehaald, zal verslappen.

Het Zuidelijk Toneel schrijft in zijn plan dat de keuze voor een intendant het mogelijk maakt zich meer te concentreren op talentontwikkeling en de doorstroming van talent naar de grote zaal. De raad is van mening dat de instelling daarmee een relevante taak op zich neemt.

Educatie en participatie

De raad waardeert het dat Het Zuidelijk Toneel zijn educatiebeleid afstemt met Theater Artemis. In de afgelopen jaren heeft dat geleid tot een goed aanbod van activiteiten voor het primair en voortgezet onderwijs. Door deze samenwerking kan de pool van theaterdocenten worden gedeeld en kan een doorlopende leerlijn tot stand worden gebracht. De raad vindt ook de verbinding met het vmbo, het mbo en het hoger onderwijs interessant.

Het huidige educatiebeleid wordt grotendeels voortgezet. De raad vraagt zich af of dit past bij de gewijzigde koers die het gezelschap de komende jaren inslaat. Het is onduidelijk hoe de educatieve activiteiten zullen aansluiten bij de makers die bij Het Zuidelijk Toneel gaan werken en bij hun producties. De raad vindt het daarbij van belang dat een juist evenwicht wordt gevonden tussen vraag- en aanbodgestuurde activiteiten.

Het gezelschap zegt speciale aandacht te hebben voor het sociale aspect van theater. Daarom wil het jaarlijks twee producties opzetten met de participatie van niet-acteurs, zoals een project met moslima’s over mannelijkheid. De raad vindt dit een loffelijk streven.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Het Zuidelijk Toneel heeft de afgelopen periode gewerkt met drie stadskunstenaars en heeft een alliantie gesloten met zeven theaters in zijn eigen regio. Dit heeft geleid tot een grote zichtbaarheid in het zuiden van het land. Het gemiddelde aantal bezoekers fluctueerde de afgelopen jaren sterk, tussen de 24.000 en de 38.000 per jaar.

De raad maakt zich zorgen over het toekomstige publieksbereik in relatie tot het artistieke beleid van Het Zuidelijk Toneel. De instelling verwacht geen toename van het publiek ten opzichte van het aantal bezoekers in 2015 (bijna 38.000), maar de raad vraagt zich af of het verwachte aantal behaald kan worden. Daarvoor zijn de gekozen makers en titels (nog) niet bekend genoeg. De instelling zal zich, gezien haar nieuwe profiel, opnieuw in de markt moeten zetten. Zij reflecteert wel op de ‘variabele identiteit’ van het merk, maar heeft daar in de ogen van de raad nog geen geloofwaardige strategie voor. In het plan wordt onvoldoende overtuigend gewerkt aan een draagvlak bij podia in de eigen regio en in het land.

Ondernemerschap

Het Zuidelijk Toneel verkeert in de huidige periode in een gezonde financiële situatie. Het gezelschap heeft de eigen inkomstennorm gehaald en beschikt over voldoende eigen vermogen.

De raad maakt zich echter zorgen over het financiële fundament onder de plannen. Het nieuwe profiel van Het Zuidelijk Toneel vereist een degelijk marketingplan en een solide verdienmodel, maar beide ontbreken vooralsnog. De instelling kondigt aan dat zij bij tegenvallende inkomsten aanspraak doet op het eigen vermogen.

Uit het plan kan niet worden opgemaakt hoe de samenhang tussen vrijwillig, vast en flexibel personeel wordt bewaakt. Het Zuidelijk Toneel kondigt aan dat wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverhoging van projectmedewerkers. De raad juicht dat toe, maar kan niet beoordelen op welke wijze dat gaat plaatsvinden.

Het Zuidelijk Toneel heeft de aanbevelingen uit de nieuwe Governance Code Cultuur overgenomen, maar het is niet duidelijk hoe het hieraan vorm heeft gegeven.

Het Zuidelijk Toneel

Het Zuidelijk Toneel

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd Stichting Het Zuidelijk Toneel geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. In haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 heeft zij de instelling verzocht een aangepast activiteitenplan in te dienen dat voldoet aan de volgende eisen:

  • Een strategie voor een herkenbare identiteit van het gezelschap met een inhoudelijke samenhang en hiërarchie van de plannen.
  • Meer aandacht voor de band met de regio en de landelijke uitstraling.
  • Een uitwerking van marketingplannen en een merkenstrategie in het verlengde van het nieuwe profiel.
  • Een betere financiële onderbouwing van de plannen, met een solide verdienmodel.

In dit advies beoordeelt de raad of de instelling aan deze eisen heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat Stichting Het Zuidelijk Toneel met haar aangepaste plan aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan.

De raad constateert dat Het Zuidelijk Toneel in het aangepaste plan zijn artistieke identiteit verder heeft uitgewerkt. Hij is van mening dat deze een voldoende basis vormt om het activiteitenplan uit te voeren. De instelling zal zich de komende tijd echter moeten inspannen om haar profiel verder te versterken. De verbinding met de Brabantse regio is overtuigend beschreven, maar de landelijke uitstraling verdient nadere aandacht. Uit het plan blijkt nog niet hoe het gezelschap in het land herkenbaar wordt.

Het Zuidelijk Toneel heeft zijn marketingplannen verder aangescherpt. De marketing- en merkenstrategie hebben de potentie om bij te dragen aan het versterken van de eigen identiteit. De financiële onderbouwing is beter uitgewerkt en wekt vertrouwen.

Beoordeling

Kwaliteit

In het aangepaste plan werkt Het Zuidelijk Toneel uit hoe niet-regisserend artistiek directeur Piet Menu vormgeeft aan de identiteit van het gezelschap. Hij heeft een aantal regisseurs geselecteerd die de komende jaren voorstellingen maken voor de grote zaal, de midden- en kleine zaal en op locatie. Het Zuidelijk Toneel beschrijft hoe de voorstellingen ondanks de verschillende verschijningsvormen een herkenbare signatuur hebben, die bestaat uit de thematische verwantschap, de keuze voor actuele verhalen, het effect op de toeschouwer en de ‘grootsheid in thema en vorm’.

De raad is van mening dat Het Zuidelijk Toneel met deze aanpassingen enige eenheid heeft weten te brengen in de verscheidenheid aan de producties die het wil realiseren. Ook is er een duidelijkere hiërarchie aangebracht in de keuze van de regisseurs en de projecten. Desondanks vindt de raad de artistieke visie van de instelling nog erg breed en weinig concreet. In de ogen van de raad worden slechts de contouren van een herkenbare artistieke identiteit zichtbaar. De instelling zal zich verder moeten inspannen om hieraan een nadere invulling te geven. De wijze waarop de producties de komende tijd worden gerealiseerd, is daarbij cruciaal. De raad waardeert de geplande coproducties met Artemis. Deze samenwerking is artistiek interessant en versterkt ook de inhoudelijke en regionale profilering van Het Zuidelijk Toneel.

De raad is positief over de band van de instelling met de regio. Het Zuidelijk Toneel is sterke samenwerkingen aangegaan met verschillende (culturele) instellingen in de Brabantse steden. Het ontwikkelt concrete plannen op het gebied van participatie waarmee het zich verbindt met verschillende lagen van de bevolking.

De raad is er nog niet van overtuigd dat Het Zuidelijk Toneel met zijn nieuwe artistieke profiel ook een sterke landelijke uitstraling kan hebben. De raad prijst de ambitie om jaarlijks met twee grotezaalvoorstellingen landelijke tournees te maken: de ene langs 45 podia, de andere langs 20 theaters. Op basis van deze producties zal moeten blijken of het gezelschap de komende jaren een eigen positie in het Nederlandse theaterlandschap zal innemen.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Het Zuidelijk Toneel heeft zijn beleid op het gebied van marketing verder uitgewerkt. Een marketingbureau zal de nieuwe – naar eigen zeggen ‘dynamische’ – identiteit van de instelling uitdragen. Ook zal de communicatieafdeling van het gezelschap nauw samenwerken met de schouwburgen in de eigen regio en in het land. Volgens de raad kan het marketing- en communicatiebeleid van Het Zuidelijk Toneel bijdragen aan het promoten van de nieuwe identiteit van de instelling en een betere aansluiting met de podia.

Ondernemerschap

In het plan is de instelling dieper ingegaan op de financieringsmix. Het gepresenteerde verdienmodel wekt vertrouwen. Het Zuidelijk Toneel betoogt overtuigend dat de financiering voor de komende jaren realistisch is begroot. Gezien de samenwerking met (internationale) partners worden de financiële risico’s gespreid. De raad verwacht dat de instelling op basis van eerdere ervaringen en haar regionale inbedding de private inkomsten kan vergroten door middel van een vriendenclub en sponsoring (in natura).