Nederlands Openluchtmuseum

Nederlands Openluchtmuseum

In het Nederlands Openluchtmuseum (hierna: Openluchtmuseum) staat het dagelijks leven in Nederland door de eeuwen heen centraal. Met ongeveer honderd historische gebouwen en circa 152.000 voorwerpen vertelt het museum het verhaal van de bewoners en gebruikers. Dat levert een veelheid van levensstijlen, tradities, overtuigingen en meningen op. Het Openluchtmuseum werkt nauw samen met Entoen.nu en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). In 2017 zal het VIE een aparte afdeling binnen het museum vormen.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum een subsidiebedrag toe te kennen van € 4.901.059. Dit bedrag is conform de indeling in categorie 2.

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum geen subsidie toe te kennen voor de bevordering van de bescherming van en de kennis over immaterieel erfgoed, tenzij het museum een nieuw activiteitenplan indient dat voldoet aan de volgende voorwaarden.

  • Het museum ontwikkelt een fundamentele visie op het gebied van immaterieel erfgoed.
  • Het museum werkt de taken op het gebied van immaterieel erfgoed uit en concretiseert deze.

De raad vindt de nieuwe missie van het museum helder en is positief over de positie die het wil innemen in het bestel. Hoewel het langer heeft geduurd dan verwacht, bieden de eerste Canonvensters die zijn geopend vertrouwen voor de toekomst. De mogelijkheden die de integratie met het VIE bieden om de presentatie van het museum naar een hoger plan te tillen, worden echter onvoldoende benut. Ook is de invulling van de taken die het museum op het gebied van immaterieel erfgoed wil uitvoeren, onvoldoende uitgewerkt. Op het vlak van educatie opereert het museum toonaangevend en zoekt het aansluiting bij de actuele ontwikkelingen. Het publieksbeleid is, evenals de governance, voldoende uitgewerkt. De raad mist echter reflectie op het personeels- en vrijwilligersbeleid.

Beoordeling

Kwaliteit

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft in 2014 gekozen voor een nieuwe missie: dichter bij de geschiedenis dan ooit. Met het oog op de integratie van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), en parallel daaraan de integratie van de presentatie van de Canon van Nederland, vindt de raad deze missie uitstekend gekozen. Het museum wil het publiek het leven van alledag en de grote historische momenten laten ervaren en profileert zich hierin helder. De afgelopen periode heeft het museum wederom een groot publiek weten te bereiken, niet alleen met de vaste presentatie, maar ook met een groot aantal evenementen. Wel mist de raad nog concrete aansluiting bij de actualiteit; het museum richt zich met name op de nostalgie. Hoewel de raad ziet welke mogelijkheden die nostalgie biedt voor het betrekken van publieksgroepen, kan een vertaalslag naar het heden volgens hem een meerwaarde bieden.

In de afgelopen vier jaar zijn er enkele stappen gezet om de Canon in de presentatie te integreren. In het park zijn vier fysieke Canonvensters geopend en er zijn plannen gemaakt voor de digitale presentatie van de Canon in het entreegebouw. Deze presentatie zal medio 2017 openen. Naast de presentatie van de Canon in het Openluchtmuseum zelf, is het museum ook initiatiefnemer van een netwerk van ‘Canonmusea’, waarin onder andere het Scheepvaartmuseum, het Zuiderzeemuseum en het Instituut voor Beeld en Geluid participeren. Daarbij ligt de nadruk vooral op de digitale connectie tussen de musea die vensters van de Canon opnemen in de eigen presentatie. De aanjagende rol die het museum hierbij inneemt, alsmede de eerste Canonvensters in het Openluchtmuseum, vindt de raad geslaagd. Een heldere uitwerking van de inzet van het netwerk ontbreekt echter in het plan, waardoor de raad dit niet goed kan beoordelen. Daarnaast is hij van mening dat de daadwerkelijke integratie van de Canon voortvarender kan worden aangepakt.

Ook op de integratie met het VIE kan actiever worden ingezet. In de afgelopen vier jaar zijn hier naar de mening van de raad onvoldoende stappen in gezet. Hoewel het VIE en het Openluchtmuseum inmiddels een bestuurlijke eenheid vormen, is er nog geen sprake van een organisatorische eenheid. Pas in 2017 wordt het VIE een afdeling van het museum. Het is de raad niet duidelijk waarom deze integratie zo lang op zich laat wachten.

Ook wordt er in het plan onvoldoende ingegaan op de inhoudelijke consequenties van de integratie van het VIE. De combinatie van materieel en immaterieel erfgoed kan de presentatie van het Openluchtmuseum naar een hoger plan tillen. Het VIE heeft veel kennis van het immaterieel erfgoed en beschikt over een uitgebreid netwerk van immaterieel-erfgoedgemeenschappen. In het plan wordt echter onvoldoende duidelijk gemaakt op welke wijze de twee instellingen elkaar gaan versterken. Daarnaast ontbreekt er een fundamentele visie op het belang van het immaterieel erfgoed. De taak die het VIE heeft op het gebied van de UNESCO-conventie Immaterieel Erfgoed is eveneens niet uitgewerkt. De raad vindt de extra aanvraag die het Openluchtmuseum heeft ingediend voor het bevorderen van de bescherming en kennis van immaterieel erfgoed onvoldoende uitgewerkt en daarmee vooralsnog niet subsidiabel.

Educatie en participatie

Op het gebied van educatie opereert het museum toonaangevend. De raad is enthousiast over de projecten die het museum opzet voor het onderwijs. Het educatieve aanbod is goed doordacht en sluit aan bij de leerdoelen van het onderwijs. Het aantal leerlingen uit het basisonderwijs dat het museum heeft bezocht, heeft in 2013 en 2014 een dalende lijn laten zien, van bijna 19.000 naar 17.500, maar is in 2015 gestegen naar circa 24.000 leerlingen. Door een extra inzet richting het voortgezet onderwijs is het totale leerlingenbereik gegroeid, van circa 29.000 in 2013 en 2014 naar bijna 39.000 in 2015.

De raad is positief over de plannen van het museum betreffende educatie. Er vindt samenwerking met het Cito plaats ten behoeve van de ontwikkeling van de educatieve aspecten van de Canon. Ook richt het museum zich op het speciaal onderwijs, een nog onderbelichte groep binnen de cultuureducatie. Het museum geeft in het plan blijk van kennis van de actuele ontwikkelingen omtrent het onderwijs en speelt daar goed op in. Het zoekt aansluiting bij het aanbod van het onderwijs en past zijn programma’s daarop aan. De komende jaren zet het museum in op een bezoek van 21.000 leerlingen uit het primair onderwijs en 15.000 leerlingen uit het voortgezet onderwijs, volgens de raad een reëel streven.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Het museum weet zijn publiek goed te bereiken, ook digitaal. Het museum ontving in 2014 circa 548.000 en in 2015 ruim 556.000 bezoekers. Daarmee heeft het museum het hoogste aantal bezoekers in 35 jaar ontvangen. De positionering van het museum is geherdefinieerd en er zijn vier publieksgroepen benoemd.

In het plan is het publieksbeleid helder beschreven. De doelgroepen zijn goed uitgewerkt, evenals de communicatie en het klantonderzoek. Het museum wil in 2020 630.000 bezoekers per jaar gaan trekken. De raad vindt dit een ambitieus aantal, maar denkt dat dit, met het oog op de populariteit van de Canon, realistisch is.

Het museum wil zich nadrukkelijk gaan richten op kwetsbare ouderen en vraagt hier extra middelen voor aan. De raad vindt dat een goed streven, maar is van mening dat het museum daar andere bronnen voor kan aanboren.

Ondernemerschap

De raad is positief over het ondernemerschap van het Openluchtmuseum. Het museum is financieel gezond en heeft een gevarieerd verdienmodel. Het Nederlands Openluchtmuseum voorziet een stijging van het eigen inkomstenpercentage van 67 procent in 2014 naar 73 procent in 2020. Deze stijging komt vooral voor rekening van de publieksinkomsten, die volgens de raming van het museum toenemen van ruim 5,2 miljoen euro in 2014 naar bijna 6,7 miljoen euro in 2020. De raad is van mening dat het museum zijn verdienmogelijkheden verder kan uitbreiden, bijvoorbeeld door meer fondsen en sponsoren te benaderen. De inkomsten die het museum op dat vlak raamt, vindt de raad wat voorzichtig.

Uit het plan blijkt onvoldoende hoe het Nederlands Openluchtmuseum omgaat met het personeel en of er beleid is ontwikkeld met betrekking tot de bijna 400 vrijwilligers. De Governance Code Cultuur wordt nageleefd en in het plan voldoende toegelicht.

Nederlands Openluchtmuseum
(Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland)

Nederlands Openluchtmuseum
(Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland)

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd Stichting het Nederlands Openluchtmuseum geen subsidiebedrag toe te kennen voor de bevordering van de bescherming van en de kennis over immaterieel erfgoed, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. Zij heeft de instelling in haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 verzocht een aangepast activiteitenplan in te dienen dat voldoet aan de volgende eisen:

  • De instelling ontwikkelt een fundamentele visie op het gebied van immaterieel erfgoed.
  • De instelling werkt de taken op het gebied van immaterieel erfgoed uit en concretiseert deze.

In dit advies beoordeelt de raad of de instelling aan deze eisen heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat Stichting het Nederlands Openluchtmuseum met haar aangepaste plan niet aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan.

De raad is teleurgesteld over het aangepaste activiteitenplan van het Nederlands Openluchtmuseum (hierna: NOM) voor de bevordering van de bescherming van en de kennis over immaterieel erfgoed. Een concrete visie op immaterieel erfgoed en de omgang ermee ontbreekt. Daardoor hebben de omschreven activiteiten te weinig focus en samenhang. Er wordt niet gereflecteerd op de taken die horen bij het UNESCO-verdrag. Het plan laat bovendien onvoldoende de meerwaarde zien van de combinatie van het museum en het kenniscentrum. Gezien het feit dat deze integratie al jaren speelt en er geen vooruitgang lijkt te worden geboekt op inhoudelijk vlak, heeft de raad onvoldoende vertrouwen in de plannen van het NOM.

Beoordeling

Kwaliteit

In het aangepaste activiteitenplan schrijft het NOM dat immaterieel erfgoed bijdraagt aan identiteitsvorming en aan het behouden en vernieuwen van ambachtelijke vakkennis en vakvaardigheden. Daarnaast dient immaterieel erfgoed als inspiratiebron voor innovatie. De raad vindt deze visie te weinig houvast bieden om richting te kunnen geven aan de voorgenomen activiteiten. Aangezien de activiteiten onvoldoende worden uitgewerkt of geconcretiseerd en er geen begroting is die is toegespitst op de voorgenomen activiteiten rondom immaterieel erfgoed, wordt het de raad niet helder hoe de aangevraagde middelen zullen worden besteed.

De raad leest in het plan geen reflectie op eventuele implicaties en kansen van het UNESCO-verdrag. Het NOM richt zich met name op de uitvoering van taken die horen bij de ratificatie van het verdrag, maar laat een inhoudelijke reflectie op het verdrag zelf of de mogelijkheden die het verdrag biedt achterwege. De raad vindt dit een gemiste kans.

In de afgelopen subsidieperiode is de integratie van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) in het museum gestart. De naam van het VIE is recent gewijzigd in Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN).

De inhoudelijke consequenties van deze integratie voor zowel het museum als voor het KIEN vond de raad in de aanvraag onvoldoende uitgewerkt en in het aangepaste plan ziet de raad geen verbetering op dit vlak. Het werk voor immaterieel erfgoed en het museale werk blijven naast elkaar bestaan; samenhang tussen beide is onvoldoende duidelijk gemaakt. De raad vindt dit zeer teleurstellend, zeker gezien de tijd die hierin al is gestoken. In 2012 stond de integratie al op de agenda en de raad moet constateren dat er in vier jaar tijd te weinig is gerealiseerd.

De vraag rijst in hoeverre er sprake is van commitment van beide partijen. De raad is van mening dat de combinatie van het NOM en het KIEN veel kansen biedt, ook voor het museum. Uit de plannen die de raad tot nu toe heeft ontvangen, wordt deze meerwaarde helaas onvoldoende zichtbaar of benoemd.