Naturalis

Naturalis

Stichting Naturalis Biodiversity Center (hierna: Naturalis) profileert zich als het nationale centrum voor biodiversiteit. Het museum wil met zijn collectie biodiversiteit beschrijven, begrijpen en verklaren voor het welzijn van de mens en voortbestaan van de aardse natuur. Het museum ziet het als zijn missie om mensen al op jonge leeftijd in contact te brengen met hedendaagse wetenschap en technologie, om hen te betrekken bij biodiversiteit en bij te dragen aan het verkrijgen van 21e-eeuwse vaardigheden.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Naturalis Biodiversity Center een subsidiebedrag toe te kennen van € 8.085.191. Dit bedrag is conform de indeling in categorie 2.

De raad is van mening dat Naturalis een unieke positie heeft in het museale bestel. De raad waardeert de heldere focus op de biodiversiteit en de wijze waarop het museum hierover kennis vergaart en uitdraagt, evenals de internationale samenwerkingen die het museum aangaat. In het plan worden de museale taken echter enigszins overschaduwd door de wetenschappelijke aspecten van het museum. De raad vindt het van belang dat er een goede balans in taken is. Op het gebied van educatie opereert Naturalis zeer goed, maar de plannen zijn nog onvoldoende uitgewerkt. Naturalis weet een groot publiek te bereiken, zowel binnen als buiten het museum. De diversiteit van het publieksbeleid vergt echter nog aandacht, evenals het verdienvermogen van het museum.

Beoordeling

Kwaliteit

Naturalis heeft zijn internationale positie als kenniscentrum en museum voor de biodiversiteit de afgelopen jaren verder versterkt. De vorming van het Naturalis Biodiversity Center is financieel en juridisch voltooid en de nationale natuurhistorische collectie is door de overname van diverse collecties verdubbeld. Ook op het gebied van onderzoek zijn er ontwikkelingen doorgemaakt. Zo heeft Naturalis van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) de status van ‘ontvangende instelling’ toegekend gekregen, waardoor onderzoekers van de instelling in aanmerking komen voor onderzoeksfinanciering via de NWO. De vaste opstelling van het museum is echter aan vernieuwing toe, en de raad is dan ook verheugd dat dit de komende jaren grondig zal worden aangepakt.

Het plan geeft een helder beeld van de missie en de visie van de instelling en daarmee van haar bestaansrecht. De plannen voor de komende vier jaar zijn goed uitgewerkt en onderbouwd. Het museum wil biodiversiteit beschrijven, begrijpen en verklaren voor het welzijn van de mens en het voortbestaan van de aardse natuur; dat is een prachtig en zeer relevant streven.

De raad ziet Naturalis als een topinstituut waarin wetenschap, onderzoek en collectie op een goede wijze worden gecombineerd. De internationale samenwerkingen die het instituut aangaat, zijn veelvuldig en worden in het museum duidelijk zichtbaar gemaakt.

De raad vindt de balans tussen wetenschappelijke en museale activiteiten in het plan enigszins doorslaan naar de wetenschap. Het is logisch dat de instelling hier veel aandacht aan besteedt; ze ontvangt immers ook subsidie voor de wetenschappelijke taken. Gezien de aanzienlijke financiële vergoeding die het museum ontvangt voor de culturele taken, verwacht de raad echter een evenwichtigere balans tussen beide taken.

De komende twee jaar zal het museum zijn deuren sluiten wegens een grondige verbouwing en nieuwbouw. Het naastgelegen Pesthuis zal als tijdelijke tentoonstellingsruimte worden ingericht. In het plan wordt vermeld dat de komende jaren een groot deel van de collectie fysiek beperkt toegankelijk zal zijn. De raad vindt het van belang dat een deel van de collectie, voor zover mogelijk, op andere plekken zichtbaar wordt gemaakt. Een genereus bruikleenverkeer ligt in de rede.

Educatie en participatie

De raad vindt dat Naturalis zeer goed functioneert op educatief gebied. Educatie is goed ingebed in de organisatie, evenals de evaluatie ervan. In 2014 heeft het museum een nieuwe visie op educatief beleid ontwikkeld, gevolgd door een educatief beleidsplan met vier speerpunten: leerlijnen, ontwikkelen, opleiden en onderzoeken. Naturalis heeft educatieve programma’s ontwikkeld voor primair en voortgezet onderwijs, maar ook voor pabo’s en lerarenopleidingen. In 2015 steeg het aantal bezoeken uit het basisonderwijs naar ruim 28.000 leerlingen, tegenover ruim 18.000 in 2013 en bijna 24.500 in 2014. Het bezoek van het voortgezet onderwijs steeg naar gemiddeld 25.000 in 2013 en 2014, maar daalde vervolgens naar 22.000 in 2015.

De komende twee jaar verwacht het museum rond de 17.000 bezoekers uit het onderwijs in het Pesthuis te ontvangen, tegenover ruim 50.000 in 2014. In 2020 verwacht het museum 51.500 bezoekers in schoolverband. Het museum richt zijn educatieve activiteiten op het primair onderwijs tot het hoger onderwijs, maar werkt dit in het plan niet uit. De raad is benieuwd of het museum ook een specifiek aanbod heeft voor het speciaal onderwijs. Daarnaast vindt de raad het van belang dat het educatieve aanbod zich niet alleen richt op de wetenschap en de natuur, maar ook op het culturele-erfgoedaspect. Een brede oriëntatie op de cultuureducatie en mogelijke culturele partners bij het ontwikkelen van buitenschoolse leeromgevingen dragen hieraan bij.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

In 2014 heeft het museum ruim 303.000 bezoekers ontvangen, iets meer dan in 2013, toen het museum een bereik had van bijna 299.000 bezoekers. In 2015 steeg het bereik naar bijna 340.000 bezoekers. De waardering van het bezoek is hoog. Naturalis weet het publiek ook via andere wegen te bereiken. Zo is het museum actief op social media en in de reguliere media en worden er regelmatig evenementen georganiseerd. De raad vindt de samenwerking met publieke populaire personen, zoals Freek Vonk, goed werken. Hierdoor weet het museum een groot publiek te bereiken, zonder dat de inhoudelijke boodschap vervlakt.

Naturalis wil het beste familiemuseum van Europa worden; het zal de komende jaren grondig renoveren en uitbreiden. In de praktijk betekent dit dat het museum gedurende twee jaar zijn deuren zal sluiten. In deze periode zal het museum kleinere exposities organiseren in het Pesthuis, waaronder de presentatie van de recent verworven tyrannosaurus rex. Naturalis verwacht in de tijdelijke locatie 110.000 bezoekers per jaar te ontvangen, naar de mening van de raad een reële inschatting. Na de opening verwacht het museum zo’n 350.000 bezoekers. Ook dit aantal vindt de raad, gezien de uitbreiding, realistisch.

Op het gebied van diversiteit beperkt Naturalis zich in het plan voornamelijk tot de biodiversiteit. Het museum wil een breed publiek bereiken, zodat de diversiteit in opleiding en culturele achtergrond wordt weerspiegeld in de samenstelling van het museumbezoek. Het museum werkt naar de mening van de raad onvoldoende uit hoe het dit wil bewerkstelligen. In het plan wordt niet beschreven hoe het museum de komende periode specifieke doelgroepen aan zich wil binden, of op welke wijze deze groepen bereikt kunnen worden. Juist de tijdelijke sluiting biedt naar de mening van de raad mogelijkheden om te experimenteren met het benaderen van nieuwe doelgroepen.

Ondernemerschap

De raad vindt de afhankelijkheid van de OCW-subsidie groot. Naturalis ontvangt niet alleen subsidie voor de culturele, maar ook voor de wetenschappelijke activiteiten. De instelling is voor 75 procent afhankelijk van de structurele OCW-subsidie. De raad vindt bij een instelling van deze omvang creativiteit in ondernemerschap en een vergroting van het verdienvermogen van belang.

Het museum heeft op dat vlak in de afgelopen periode een goede stap gezet met de sponsorwerving voor de tyrannosaurus rex. Deze werving van middelen was succesvol. De eigen inkomsten zijn hierdoor eenmalig gestegen van 25,1 procent in 2013 naar 44,6 procent in 2014. In 2015 daalde het eigen inkomstenpercentage naar 25,7 procent. De raad vindt het van belang dat het museum blijvend inzet op het vergroten van de eigen inkomsten.

Het museum licht in het plan uitgebreid het personeelsbeleid toe. De Governance Code Cultuur wordt in het plan genoemd, maar er wordt niet toegelicht hoe de organisatie daarmee omgaat.