Letterkundig Museum

Letterkundig Museum

Stichting Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (hierna: Letterkundig Museum) verzamelt, conserveert, ontsluit en exposeert archieven van Nederlandse schrijvers en illustratoren. Het Letterkundig Museum ziet het als zijn missie ‘de kracht van de literatuur én de rijkdom van het Nederlandse literaire erfgoed zichtbaar te maken’. De instelling wil transformeren tot een organisatie die bestaat uit twee entiteiten: het archief als moderne intellectuele opslagplaats van het Nederlandse literaire erfgoed, en het museale deel als een vrijetijdsvoorziening die een educatieve literaire ervaring biedt.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum een subsidiebedrag toe te kennen van € 1.050.704 onder de volgende voorwaarden. Dit bedrag is conform de indeling in categorie 2.

  • Het museum dient een aangepaste – sluitende – begroting in met een daarop aangepast activiteitenplan.
  • Het museum dient in de eerste helft van 2017 een aanvulling in op het plan waarin het zijn voornemen voor eventuele nieuwe huisvesting concretiseert, evenals de consequenties hiervan voor de activiteiten in de komende subsidieperiode.

Het Letterkundig Museum heeft de afgelopen periode benut om een scherpe analyse te maken van zijn positie en een heldere koers uit te zetten voor de toekomst. Naar de mening van de raad is het museum daarin geslaagd, al kan de uitwerking nog concreter worden gemaakt, ook met het oog op de gedwongen aanstaande verhuizing en de onduidelijkheden die daaraan kleven.

De nadruk op de formule van het Kinderboekenmuseum enerzijds en het archief anderzijds ondersteunt de raad. De digitale benadering van het archief is helder beargumenteerd en logisch, en het Kinderboekenmuseum heeft zich in de afgelopen jaren bewezen als een sterk merk.

De raad maakt zich wel zorgen over de financiële positie van het museum en de huisvestingsproblematiek. De raad is van mening dat het museum gebaat is bij nieuwe huisvesting, in ieder geval wat betreft de museale functie.

Beoordeling

Kwaliteit

De raad heeft in Slagen in Cultuur twijfels verwoord omtrent het bestaansrecht van het Letterkundig Museum. In het Kinderboekenmuseum waren de tentoonstellingen goed uitgedacht en werd ruim baan gemaakt voor experiment. De museale presentatie van de collectie voor volwassenen vond de raad echter van een kwalitatief minder hoog niveau. Na een mislukte poging tot samenwerking met Museum Meermanno-Westreenianum adviseerde de raad in december 2013 de aandacht voornamelijk te richten op het Kinderboekenmuseum en de archieffunctie.

De raad constateert dat het Letterkundig Museum daarmee aan de slag is gegaan en de afgelopen periode heeft gewerkt aan een toekomstverkenning. Deze verkenning heeft geleid tot een nieuwe positionering en toekomststrategie, waarmee de instelling zichzelf op een goede manier heeft heruitgevonden. Het plan geeft blijk van zelfreflectie en een zoektocht naar bestaansrecht. Het museum heeft een scherpe analyse gemaakt van de sterke en minder sterke kanten, en ook van kansen en bedreigingen. Het nieuwe profiel is een logische uitkomst van deze analyse.

Het museum wil het succes van het Kinderboekenmuseum benutten en tegelijk de archieffunctie meer in positie brengen. De aandacht voor de digitale benadering daarbij ondersteunt de raad.

Het Letterkundig Museum wil het museale deel voor volwassenen beter laten aansluiten bij het Kinderboekenmuseum. Ook worden de tentoonstellingen voor volwassenen bescheidener in omvang en meer thematisch ingericht. De raad vindt dit een verstandige keuze. De presentatie van het Kinderboekenmuseum is van hoge kwaliteit; het museale deel voor volwassenen blijft daarbij achter. Een meer op elkaar afgestemde aanpak biedt mogelijkheden voor een inhoudelijke verrijking en het bereiken van een groter publiek.

De raad zet vraagtekens bij de uitwerking van de programmering van het museum. Het plan geeft blijk van een aantal vaste tentoonstellingen en één wisseltentoonstelling per jaar. Te weinig wisselingen kan echter een negatieve invloed hebben op de dynamiek van het museum en daarmee op eventueel herhaalbezoek.

Op het gebied van samenwerking kan het museum eveneens nog stappen zetten. Vooral samenwerking met universiteiten biedt mogelijkheden die het museum nu nog onvoldoende benut. De raad vindt het bemoedigend dat samenwerking met Museum Meermanno-Westreenianum opnieuw wordt onderzocht.

Educatie en participatie

Het educatieve aanbod van het Letterkundig Museum is van hoog niveau. De schoolbegeleiding is professioneel en educatie is goed verankerd in de organisatie en het beleid. Er wordt maatwerk geleverd aan scholen. In Den Haag is er intensieve en structurele samenwerking met andere partijen op het gebied van literatuureducatie. Het museum bereikte in 2013 ruim 5.300 leerlingen en in 2014 bijna 6.000 leerlingen. In 2015 steeg dit aantal verder tot circa 7.400 leerlingen.

De raad vindt het een verstandige keuze de komende periode deze sterke kant van het museum beter te benutten. Literatuureducatie wordt het uitgangspunt bij alle museale activiteiten. De raad merkt daarbij op dat de nadruk die het museum legt op het literaire aspect niet ten koste mag gaan van de erfgoedkant van literatuur. Ook op dit vlak kan het museum een belangrijke rol vervullen.

De raad is enthousiast over het plan om de komende periode een vaste tentoonstelling voor kinderen in de leeftijdsgroep 14 tot en met 18 jaar te realiseren. Hiermee wordt een nieuwe doelgroep aangeboord. Gezien de kwaliteiten van het museum op het gebied van educatie heeft de raad alle vertrouwen in de ontwikkeling van deze tentoonstelling.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

De raad is positief over het publieksbereik van het Letterkundig Museum in de afgelopen jaren, zeker gezien de zichtbaarheid van de plek waar het museum is gevestigd, in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Het bezoek is in de afgelopen jaren flink gestegen: van bijna 40.000 bezoekers in 2013 naar ruim 65.000 bezoekers in 2015. Het museum heeft diverse exposities op locatie georganiseerd en wist veel media-aandacht te genereren. Het museum organiseerde ook andere evenementen, zowel voor het volwassen publiek als voor kinderen.

De komende periode richt het museum zich vooral op de profilering van het Kinderboekenmuseum. Naast het fysieke bezoek zal het museum zijn publiek ook zoeken via digitale kanalen. De bezoekersaantallen zijn voorzichtig begroot, met een stijging van 60.000 in 2017 naar 65.000 in de daaropvolgende jaren. Het museum wil zich de komende jaren meer richten op het aantrekken van publiek met een migrantenachtergrond. Het museum participeert in een NT2-project (Nederlands als tweede taal) en werkt samen met de Voorleesexpress. De raad vindt dit passend bij de aard van het museum en waardeert de inzet hierop.

De raad denkt dat de huidige locatie een risico vormt voor de nagestreefde stijging van de bezoekersaantallen. In het plan wordt aangekondigd dat de huidige locatie binnen het complex van de Koninklijke Bibliotheek medio 2020 tijdelijk moet worden verlaten wegens een grootschalige renovatie. De raad adviseert het Letterkundig Museum daar nu al op te anticiperen en de mogelijkheden te onderzoeken van een structurele locatie elders. Hierbij is het van belang dat de museale functie voldoende zichtbaar is. De zichtbaarheid van het archief heeft naar de mening van de raad minder prioriteit.

Ondernemerschap

De financiële positie van het Letterkundig Museum is naar de mening van de raad kwetsbaar. Het eigen vermogen is aan de magere kant, wat een dempende invloed heeft op de solvabiliteit. Daarnaast geven de onzekerheden over de locatie en een mogelijke langdurige sluiting van het museum reden tot zorg. Het museum maakt bovendien in de aanvraag niet duidelijk wat de terugvalopties zijn bij verdere bezuinigingen. De doelstellingen op het gebied van personeelsbeleid zijn helder gepreciseerd.

Het Letterkundig Museum meldt dat in 2016 de bestuursstructuur meer in overeenstemming wordt gebracht met de Governance Code Cultuur, maar het ontbreekt aan een verdere toelichting.

Letterkundig Museum

Letterkundig Museum

Aanvullend advies
14 juli 2016

Het Letterkundig Museum wijst er in zijn reactie op dat het museum per jaar niet één maar drie tentoonstellingen programmeert. De raad verwijst in zijn advies specifiek naar wisseltentoonstellingen. Hierbij is de raad uitgegaan van de volgende zin in het activiteitenplan van het Letterkundig Museum: ‘Verder brengt het NLMD vanaf 2018 jaarlijks één nieuwe wisseltentoonstelling voor jong en oud.’

In een schema voor de periode 2018 – 2020 worden in het activiteitenplan echter meerdere wisseltentoonstellingen genoemd. Omdat het schema niet correspondeert met de tekst in het plan is over dit punt blijkbaar verwarring ontstaan. De raad beaamt dat er, uitgaande van het schema, sprake is van een feitelijke onjuistheid in zijn advies. Hij waardeert het dat er meer wisseltentoonstellingen worden geprogrammeerd.

De raad heeft geen verhoging van de subsidie geadviseerd, waardoor de effecten van de bezuinigingen van kracht blijven. De doorwerking daarvan heeft volgens het Letterkundig Museum niet alleen betrekking op zijn museumfunctie, maar ook op de behoud- en beheerfunctie. Het museum verwijst in dit verband naar het dagelijks groeiende archief. Volgens de instelling heeft de raad te weinig oog voor het behoud, beheer en uitbouw van dit archief. In het belang van het Nederlands literair erfgoed en de urgentie van leesbevordering verzoekt het Letterkundig Museum zijn budget in positieve zin bij te stellen.

De minister van OCW heeft de raad gevraagd te adviseren over museale activiteiten. Hoewel de raad groot belang hecht aan zorgvuldig beheer en behoud van collecties, waaronder archieven, en begrip heeft voor de argumenten van het museum, vallen activiteiten die hiermee verband houden vooralsnog onder de toekomstige Erfgoedwet en buiten de subsidieadvisering in het kader van de BIS.

Het is het Letterkundig Museum opgevallen dat de raad in zijn advies niet ingaat op het feit dat het museum de hoeder van het nationale literaire erfgoed is. In zijn advies constateert de raad dat het Letterkundig Museum het als zijn missie ziet de kracht van de literatuur en de rijkdom van het Nederlandse literaire erfgoed zichtbaar te maken. Daarbij dient het archief als een moderne opslagplaats. Vanzelfsprekend ziet de raad het Letterkundig Museum als hoeder van het nationale literaire erfgoed.

De Raad voor Cultuur ziet in de reactie van het Letterkundig Museum geen aanleiding het advies te herzien. Hij kijkt uit naar het aangepaste activiteitenplan van de instelling.