Het Scheepvaartmuseum

Het Scheepvaartmuseum

Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam (hierna: Het Scheepvaartmuseum) beheert een collectie van meer dan 400.000 objecten, die zijn onderverdeeld in de collecties cartografie, navigatie, scheepsmodellen en schilderkunst, en er is ook een wetenschappelijke bibliotheek. Samen geven de objecten een beeld van de Nederlandse maritieme geschiedenis. Hiermee vertelt het museum het ‛zeewaartse verhaal’ met thema’s als kolonialisme, migratie, slavenhandel, Amsterdam als havenstad en de interactie tussen verschillende culturen. Het museum presenteert zich aan de hand van drie begrippen die het zeewaartse verhaal kenmerken: inspiratie, ontdekking en lef.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij de instelling een nieuw activiteitenplan indient dat voldoet aan de volgende voorwaarden.

  • De instelling werkt de museale strategie en activiteiten inhoudelijk uit.
  • De instelling geeft duidelijkheid over de relatie met de stichting HSME.

De raad is positief over de inhoudelijke koers van Het Scheepvaartmuseum, mede omdat bij de uiteenzetting daarvan een kritische reflectie op de afgelopen jaren niet wordt geschuwd. Ook wordt er aansluiting gezocht met actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Het plan werkt echter onvoldoende uit hoe het museum dit verder vorm wil geven. Het richt zich vooral op de marketingaspecten en minder op de inhoudelijke uitwerking. Zo wordt de invulling van de educatie onvoldoende beschreven. De afgelopen jaren heeft het museum op educatief vlak voorbeeldig geopereerd, waardoor de raad toch vertrouwen heeft in deze activiteiten voor de komende periode. De raad mist een degelijke uitwerking van het publieksbeleid en van de verhouding tussen de commerciële en museale activiteiten. De relatie met stichting Het Scheepvaartmuseum Enterprise (HSME) vindt de raad nog onvoldoende transparant.

Beoordeling

Kwaliteit

Het Scheepvaartmuseum heeft een turbulente tijd doorgemaakt. De afgelopen twee jaar zijn er in de interne organisatie de nodige ontwikkelingen geweest, waaronder tweemaal een directiewisseling.

De tentoonstellingen van de afgelopen jaren vindt de raad inhoudelijk niet allemaal even sterk. Het Scheepvaartmuseum heeft voor een nieuw concept gekozen, waarbij ‘beleving’ centraal staat. Dit concept heeft naar de mening van de raad een negatieve invloed gehad op de inhoudelijke verdieping van de tentoonstellingen.

De raad is positief over het profiel van Het Scheepvaartmuseum en de inhoudelijke koers die het museum wil gaan varen. Het geeft aan een groot en breed publiek te willen inspireren en verrijken met het zeewaartse verhaal. Het verhaal van de scheepvaart wordt in een bredere context geplaatst, en er wordt aansluiting gezocht bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Het museum kiest voor vijf thema’s aan de hand waarvan het zeewaartse verhaal verder zal worden ingevuld.

De raad mist in het plan echter een inhoudelijke uitwerking van de nieuwe koers. Het plan begint sterk met de profilering en positionering, maar dit wordt vooral marketingtechnisch uitgewerkt. Omliggende en gerelateerde musea worden gezien als concurrenten, niet als samenwerkingspartners. Daarnaast wordt vooral gesproken over internationale samenwerkingspartners en laat het museum kansen op landelijk niveau nog onbenut. Het wordt de raad niet duidelijk hoe en met welke partners het museum zijn programmering wil gaan vormgeven.

De raad ziet in de plannen voor gebiedsontwikkeling van het naastgelegen Marineterrein een grote kans voor het museum. Het Scheepvaartmuseum reflecteert daar ook op in het plan, maar neemt naar de mening van de raad nog onvoldoende initiatief op dit vlak. Een actievere rol van Het Scheepvaartmuseum in het debat hierover kan de kansen vergroten om (een deel van) dit gebied bij het museum te trekken.

Educatie en participatie

De educatieve programma’s van Het Scheepvaartmuseum zijn van een hoog niveau. Het aanbod is veelzijdig en sluit aan bij verschillende leeftijdscategorieën. Er wordt veel tijd vrijgemaakt voor educatie en de medewerkers zijn professioneel. Ook wordt er nagedacht over verschillende leertheorieën; deze worden waar mogelijk geïntegreerd in het aanbod. Het bereik was in 2014 echter lager dan verwacht. Het aantal leerlingen uit het primair, voortgezet en hoger onderwijs dat het museum bezocht, was in dat jaar bijna 34.000. Van hen volgden ruim 27.000 scholieren een educatieve activiteit. In 2015 lag het aantal scholieren uit het primair en voortgezet onderwijs op circa 26.000.

De komende jaren wil het museum groeien van 27.600 deelnemers aan educatieve activiteiten in 2017 naar 31.200 in 2020. Het museum wil in 2020 in totaal 38.900 leerlingen trekken. Vanaf 2018 streeft het museum naar een jaarlijkse groei van 4 procent wat het aantal bezoekers betreft. Volgens de raad is dit, gezien de inzet van het museum op dit terrein, een realistische inschatting. Wel mist hij verdere uitwerking van de educatieve activiteiten voor de komende periode, waardoor hij geen beeld krijgt van de inhoud van de programma’s die het museum wil inzetten.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Het museum trekt een groot aantal bezoekers, gemiddeld ongeveer 325.000 in 2013 en 2014. Het bezoekersaantal was in 2015 aanzienlijk lager: circa 302.000. Het aandeel buitenlandse bezoekers is in 2014 gestegen van 14 naar 30 procent.

De komende jaren wil het museum sterker inzetten op participatie om nieuwe doelgroepen aan zich te binden. De raad is enthousiast over het plan om dit onder andere via lezingen en excursies te realiseren, waarbij een kritische toon niet wordt geschuwd. Maar ook hier mist hij een verdere uitwerking. Het museum maakt niet duidelijk welke nieuwe doelgroepen het wil bereiken en hoe de participatie precies wordt vormgegeven. De Code Culturele Diversiteit wordt genoemd, maar de uitwerking ervan leest de raad onvoldoende terug in het plan.

Ondernemerschap

Het Scheepvaartmuseum is een financieel gezonde instelling, met een hoge solvabiliteit en liquiditeit. Het zet ambitieus in op ondernemerschap en wil met commerciële activiteiten via de aparte stichting Het Scheepvaartmuseum Enterprise (HSME) de eigen inkomsten verhogen. Deze komen vervolgens ten goede van de inhoudelijke activiteiten. De realiteit is echter dat de opbrengst van commerciële activiteiten in de afgelopen periode tegenviel. De vergunning om evenementen te organiseren werd in 2013 vanwege een schietincident enkele maanden ingetrokken. Dit had direct invloed op de inkomsten van Het Scheepvaartmuseum. Daarnaast constateert de raad dat de keuzes voor bepaalde commerciële activiteiten ten koste zijn gegaan van de museale taak, bijvoorbeeld door openingstijden voor museumbezoek in te perken ten behoeve van commerciële activiteiten. Het museum dient hiervoor te waken en een goed evenwicht te behouden tussen commercie en inhoud.

In het plan wordt gesteld dat HSME in de nieuwe periode voor het eerst zal bijdragen aan de activiteiten van het museum. De raad krijgt echter geen inzicht in de financiële situatie van HSME en kan niet beoordelen in hoeverre dit realistisch is. Het jaarverslag van 2014 spreekt van een lening die het museum heeft verstrekt aan HSME. Er lijkt sprake van diverse geldstromen tussen de twee partijen. De raad verwacht volledige openheid op dit punt.

Het personeelsbeleid wordt in het plan helder beschreven, maar de raad mist een reflectie op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de interne organisatie, zoals de teruggedraaide ontslagronde en de wijzigingen in de directie.

De Governance Code Cultuur wordt onderschreven, maar wordt niet verder uitgewerkt.

Het Scheepvaartmuseum

Het Scheepvaartmuseum

Aanvullend advies
14 juli 2016

In zijn reactie op het advies gaat Het Scheepvaartmuseum in op de opmerking dat de raad geen inzicht krijgt in de financiële situatie van HSME. Dit kan het museum niet worden aangerekend, omdat het elk jaar de jaarrekening van HSME indient bij het ministerie van OCW. Alle geldstromen tussen Het Scheepvaartmuseum en HSME zijn zichtbaar gemaakt in de jaarrekening.

Het ministerie van OCW heeft de jaarrekening van HSME over 2014 echter niet ontvangen. De raad heeft hiervan dus geen kennis kunnen nemen. In de jaarrekeningen die de raad tot zijn beschikking heeft, wordt de financiële relatie tussen het museum en HSME kort genoemd en zijn enkele financiële overzichten opgenomen, zowel met betrekking tot de balans als de exploitatierekening. De overzichten geven echter geen inzicht in de aanleiding en achtergrond van de verschillende posten, en de manier waarop de verschillende bedragen tot stand zijn gekomen.

Het Scheepvaartmuseum stelt dat de constatering dat openingstijden voor museumbezoek zouden zijn ingeperkt ten behoeve van commerciële activiteiten onjuist is. Het museum heeft de openingstijden in de afgelopen periode nooit om die reden aangepast, behalve op verzoek van de Nederlandse regering. Voorbeelden hiervan zijn het voorzitterschap van de EU en het bezoek van de presidenten Hollande en Poetin. Alle reguliere commerciële activiteiten worden in aparte zalen of na sluitingstijd georganiseerd.

De uitzonderingen die het museum heeft gemaakt, begrijpt de raad; er was hier sprake van een uitzonderlijke situatie. Toch blijft de raad bij zijn standpunt dat er een goed evenwicht moet zijn tussen inhoud en commercie. Het verheugt hem dan ook te horen dat het museum dit standpunt onderschrijft.

Volgens Het Scheepvaartmuseum constateert de raad ten onrechte dat de opbrengst van de commerciële activiteiten in de afgelopen periode tegenviel. In de periode 2013 – 2016 zal het resultaat circa 730.000 euro bedragen. Dit is in lijn met de meerjarenprognoses die het museum hanteert. Uit de jaarrekeningen blijkt dat de opbrengst van de HSME over de periode 2013 – 2015 272.921 euro is. De raad heeft dit bedrag gebaseerd op een negatief exploitatieresultaat van 170.730 euro in 2013 en positieve resultaten in 2014 en 2015 van respectievelijk 247.388 en 169.263 euro. Het boekjaar 2016 is nog niet voorbij, dus de uitkomst daarvan moet nog blijken. Voor de periode 2013 – 2015 vindt de raad de opbrengsten beperkt.

Het Scheepvaartmuseum herkent zich niet in de kritiek van de raad dat beleving bij de tentoonstellingen centraal staat. Het museum stelt dat tentoonstellingen een inhoudelijke basis hebben. Die is gerelateerd aan het zeewaartse verhaal en wordt ondersteund met lezingen, publicaties, rondleidingen en familieprogrammering. Het Scheepvaartmuseum heeft voor een nieuw concept gekozen, waarbij beleving centraal staat. De raad vindt beleving een essentieel onderdeel van een museumbezoek. Maar de wijze waarop dit concept is uitgevoerd, heeft volgens de raad een negatieve invloed gehad op de inhoudelijke verdieping van de tentoonstellingen. De verhouding tussen inhoud en beleving was niet evenwichtig.

Het Scheepvaartmuseum geeft de actuele stand van zaken weer. De rol van de raad van toezicht is de afgelopen periode versterkt, de inhoudelijke betrokkenheid is vergroot en per 1 april 2016 is Wopke Hoekstra benoemd als voorzitter. De raad van toezicht wordt op korte termijn versterkt door de benoeming van leden met een achtergrond in de museale en vastgoedwereld. Per 1 juli 2016 is Michael Huijser begonnen als algemeen directeur. Directeur collecties Henk Dessens zal na een lange afwezigheid zijn taken weer volledig vervullen en op 15 augustus 2016 begint het nieuwe hoofd Development. De raad dankt Het Scheepvaartmuseum voor deze toelichting.

Het Scheepvaartmuseum is van mening dat het aan dezelfde eisen voldoet als de musea in categorie 2. Het museum verzoekt daarom het gereserveerde bedrag te verhogen naar 100 procent van het oorspronkelijke subsidiebedrag. Het Scheepvaartmuseum zal daartoe een uitgebreider strategisch, activiteiten-, collectie- en kennisplan inleveren.

De raad heeft Het Scheepvaartmuseum op basis van het ingediende activiteitenplan ingedeeld in categorie 3. Voor alle musea in deze categorie wordt een bedrag gereserveerd dat overeenkomt met een garantie van 90 procent van de huidige activiteitensubsidie. Voor Het Scheepvaartmuseum kan geen uitzondering worden gemaakt.

De Raad voor Cultuur ziet in de reactie geen aanleiding het advies over Het Scheepvaartmuseum te herzien. De raad kijkt uit naar het nieuwe activiteitenplan van de instelling.

Het Scheepvaartmuseum

Het Scheepvaartmuseum

Aanvullend advies
2 december 2016

De raad heeft op 19 mei 2016 geadviseerd Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam geen subsidiebedrag toe te kennen, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De minister heeft dit advies overgenomen. Zij heeft de instelling in haar subsidiebeschikking van 20 september 2016 verzocht een aangepast activiteitenplan in te dienen dat voldoet aan de volgende eisen:

  • De instelling werkt zijn museale strategie en activiteiten inhoudelijk uit.
  • De instelling geeft duidelijkheid over de relatie tussen het museum met de stichting Het Scheepvaartmuseum Enterprise (hierna: HSME).

In dit advies beoordeelt de raad of de instelling aan deze voorwaarden heeft voldaan. Voor het overige handhaaft hij zijn beoordeling van 19 mei 2016.

Conclusie

De Raad voor Cultuur is van oordeel dat het aangepaste activiteitenplan van Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, wat de uitwerking van strategie en activiteiten betreft, voldoet aan de gestelde eisen.

Met betrekking tot de relatie met HSME adviseert de raad Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam te verzoeken om aannemelijk te maken dat HSME jaarlijks tenminste 100.000 euro zal bijdragen.

De raad is positief over het aangepaste activiteitenplan. Het gekozen profiel is helder en de bijbehorende thema’s aansprekend. Het museum werkt deze thema’s in het aangepaste plan goed uit in de verschillende activiteiten.

Het museum licht de relatie tussen het museum en de HSME duidelijk toe, maar de raad vindt de onderlinge afspraken onvoldoende bindend. Hij verwacht bij zo’n zakelijke scheiding ook een meer zakelijke instelling op het gebied van rendementsafspraken.

Beoordeling

Kwaliteit

Over het gekozen profiel, waarin het ‘zeewaartse’ verhaal centraal staat, heeft de raad zich in zijn eerdere advies al positief uitgesproken. In het aangepaste plan wordt deze museale strategie verder uitgewerkt en worden hieraan op heldere wijze activiteiten gekoppeld. Met het ‘zeewaartse’ verhaal wil het museum het publieke debat diepgang geven en zijn collectie contextualiseren. De raad is enthousiast over de verbinding die het museum in zijn activiteiten legt met de actualiteit. Wel mist de raad in het plan aandacht voor de biografie van de collectie, evenals de verbinding van deze biografie met actuele ontwikkelingen en activiteiten. Het museum beschikt over een prachtige collectie met een uitgesproken historie. In de eerste doelstelling die het museum benoemt, wordt bij ‘Nederlanders en de wereld’ de ambitie uitgesproken om het actuele debat over internationale veiligheid en de verwerking van het koloniale verleden te voeden. In de daarna genoemde activiteiten vindt de raad deze doelstelling echter in mindere mate terug, zeker in vergelijking met het vorige plan.

Ondernemerschap

De raad heeft in zijn vorige advies om duidelijkheid gevraagd over de relatie tussen het museum en de HSME. In het aangepaste plan wordt deze relatie meer toegelicht. Het museum meldt dat in de HSME alle commerciële activiteiten van het museum zijn ondergebracht, waaronder het restaurant, de winkel en evenementen. In de nieuwe periode zal de HSME voor het eerst financieel kunnen bijdragen aan de activiteiten van het museum.

In het plan wordt echter onvoldoende onderbouwd waarom de HSME nu wel gaat bijdragen en waarom dit eerder niet is gebeurd. Daarnaast is de raad van mening dat de financiële doelstelling van 100.000 euro per jaar die de HSME gaat bijdragen, zeker gezien de totale baten van het museum van ruim 10 miljoen euro, beperkt is. Ook vindt de raad de doelstelling te vrijblijvend. Het museum heeft bewust gekozen voor een juridische scheiding tussen commercie en museum. Daar horen zakelijke afspraken en verplichtingen bij. De raad verwacht dan ook dat afspraken over de bijdrage van de HSME worden geformaliseerd.