EYE

EYE

Stichting Film Instituut Nederland (hierna: EYE) is een belangrijke pijler en ondersteunende instelling voor de filmsector. EYE verricht klassieke museale taken; het instituut organiseert tentoonstellingen op het gebied van film, onderzoek, educatie en beheer van een (historische) filmcollectie. Daarnaast zet EYE zich in voor de sector door middel van internationale promotie en versterking van de internationale marktpositie van de Nederlandse filmsector. EYE heeft bovendien een belangrijke taak in de coördinatie van filmeducatie in Nederland en het zelfstandig ontwikkelen van educatief aanbod. EYE is ook, en voor velen vooral, een prachtig en bijzonder filmtheater, waarin het zowel zijn eigen collectie als nieuw uitgekomen (arthouse)films toont. Met de locatie en het pand heeft film in Nederland een toplocatie gekregen die een positieve uitstraling heeft op de hele filmsector. De nieuwe locatie in Amsterdam-Noord is een succes en heeft er mede voor gezorgd dat dit hele gebied een razendsnelle ontwikkeling heeft kunnen doormaken tot culturele hotspot. EYE staat lokaal, regionaal, nationaal en zelfs internationaal op de kaart en trekt een uiteenlopende groep bezoekers.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Film Instituut Nederland een subsidiebedrag toe te kennen van € 5.150.000.

EYE neemt in de filmsector een unieke positie in. Niet alleen verricht het ondersteunende taken, het fungeert ook als een zelfstandig museaal instituut. EYE heeft daarmee volgens de raad een breed en belangrijk takenpakket, dat de instelling in haar aanvraag op een heldere manier uiteenzet. Wel bestaat bij een dergelijk pakket, naast de kansen die het biedt voor synergiewinst, een risico op overlap met andere organisaties in de sector. EYE is een goed functionerende instelling met vele relevante en inspirerende toekomstplannen. Voor de film in Nederland, het maatschappelijk draagvlak en de kennis en kunde over film vindt de raad EYE een waardevolle organisatie.

EYE staat voor de uitdagende taak zowel eigen inkomsten te genereren als sectorondersteunende kerntaken uit te voeren. De spanning die dit veroorzaakt, is nog vergroot door het gemis van de door de minister van OCW toegezegde compensatie voor de stijgende exploitatiekosten. Hoewel EYE naar de mening van de raad in dit opzicht goed opereert, maakt hij zich zorgen over dit financiële tekort. Het gaat hier immers om de kerntaken van de instelling.

Beoordeling

Kwaliteit

Dankzij de locatie en het aanbod bereikt EYE een grote, diverse groep mensen. Het merk en de aantrekkingskracht van EYE, op lokaal, landelijk en internationaal niveau, zijn in korte tijd groot geworden. De raad heeft veel waardering voor de realisatie van het collectiecentrum. Naar verwachting zal hiermee de aandacht voor filmerfgoed in Nederland groter worden en krijgt de daarmee samenhangende kennisontwikkeling een positieve impuls.

Op wetenschappelijk gebied bekleedt EYE een sterke positie. Door zijn expertise op vertonings-, restauratie- en digitaliseringsvlak staat de instelling in contact met vele samenwerkingspartners en andere experts in binnen- en buitenland.

Voor het grootste deel van zijn activiteiten – als museum, conservator, sectorondersteuner en promotor – neemt EYE een unieke positie in. Dat geldt volgens de raad niet altijd voor zijn rol als vertoner. Een deel van de reguliere programmering van EYE bestaat uit films die ook in andere Amsterdamse filmtheaters te zien zijn. De raad heeft begrip voor de motivatie die hieraan ten grondslag ligt: meer eigen inkomsten genereren (ook door het ontbreken van subsidies) en een meer gedifferentieerde publieksopbouw creëren. Toch ziet de raad graag dat EYE een nog onderscheidender filmprogramma presenteert, met films die elders niet te zien zijn en films uit de eigen collectie. Die films worden onder meer via de ‘filmpool’ al in landelijke roulatie gebracht en dat zou vaker mogen gebeuren.

De raad ziet eveneens een spanning tussen de sectortaken en de museale taken van EYE. Wellicht door de veelheid aan activiteiten en taken is de samenhang tussen de verschillende onderdelen van EYE niet geheel helder in de plannen voor de komende jaren. Dat er veel goede en mooie activiteiten plaatsvinden bij EYE is evident, maar de prioriteiten zijn niet altijd even duidelijk, evenmin als de daarvoor beschikbare budgetten.

De raad mist in het plan bijvoorbeeld een toelichting op de ambitie om de verspreiding en vertoning van de Nederlandse film in binnen- en buitenland te bevorderen. Net als de filmfestivals en het Filmfonds organiseert EYE, ter promotie of kennisdeling, waardevolle en goedbezochte bijeenkomsten en andere sectorondersteunende activiteiten, zoals op het gebied van filmeducatie. De raad is van mening dat er, om overlap te vermijden en de efficiency te vergroten, over dergelijke activiteiten meer afstemming en coördinatie zouden moeten zijn tussen EYE en de andere partijen. De raad vindt ook dat EYE op specifieke gebieden meer een voortrekkersrol kan nemen, zoals op het gebied van filmeducatie.

Als gevolg van het samengaan van Hollandfilm en EYE zijn de promotionele activiteiten voor de Nederlandse film bij EYE terechtgekomen. Volgens de raad is hieruit geen ideale situatie ontstaan. Alle activiteiten die betrekking hebben op de promotie van de Nederlandse film zouden beter door het Filmfonds uitgevoerd kunnen worden, omdat dit fonds deel uitmaakt van het financierings- en distributietraject van in Nederland geproduceerde en uitgebrachte films. Promotie is dan een logische toevoeging aan het traject.

Digitalisering en beheer van cultureel filmerfgoed zijn een kernactiviteit van EYE. In zijn subsidieaanvraag merkt EYE op dat er 1,1 miljoen euro nodig is om digitalisering en beheer van cultureel filmerfgoed, taken die voortkomen uit de Erfgoedwet, te blijven uitvoeren. Wanneer dit geld niet beschikbaar is, wordt er bezuinigd op andere kernactiviteiten van EYE, zoals de tentoonstellingen en digitale opslag. De raad zou dit betreuren en adviseert dan ook voldoende geld voor digitalisering en beheer van cultureel filmerfgoed beschikbaar te stellen.

Educatie en participatie

De landelijke coördinerende taak voor filmeducatie is belegd bij EYE. De raad vindt deze activiteiten zeer relevant. Het ontwikkelen van goed lesmateriaal voor beeld- en filmeducatie is van groot belang in een samenleving die wordt gedomineerd door beeld. Het lespakket van ‘Moviezone’ bijvoorbeeld, waarmee een breed jongerenpubliek bereikt wordt, voorziet hierin.

De taak van EYE op het gebied van educatie is tweeledig, want naast de landelijke taak verzorgt de instelling ook filmeducatie in het museum zelf.

De prioriteiten rondom educatie richten zich in de huidige BIS-periode op landelijke filmeducatie en het vergroten van de zichtbaarheid van EYE. Deze laatste keuze bevreemdt de raad; het gaat immers niet om de zichtbaarheid van deze rol, maar om de uitvoering daarvan. Die tweeledigheid levert spanning op en het zou daarom beter zijn de landelijke coördinerende taken transparanter te maken, met een apart beleidsplan en een bijbehorend, separaat budget. Hiermee kan de rol van landelijk coördinator filmeducatie nieuw leven ingeblazen worden.

Behalve met ‘Moviezone’ zet EYE ook met de andere educatieprogramma’s in op een brede doelgroep. De ‘Eye-Walk’ is bijvoorbeeld een goed middel om de museale waarde van EYE onder de aandacht te brengen. Ook het pakket ‘Filmjuwelen’ is veelbelovend. De raad vindt wel dat het erg op de erfgoedcomponent leunt en te weinig filmisch is. Bovendien kunnen leerkrachten dit eenvoudig zelf voor hun rekening nemen. Het pakket heeft voor hen dan ook geen meerwaarde; als het over erfgoed gaat, is ‘filmgeschiedenis’ bovendien niet hun eerste keus.

De raad betreurt de keuze van EYE om bij tegenvallende inkomsten op educatie te bezuinigen. Mocht er inderdaad bezuinigd worden, dan dient de landelijke (coördinerende) taak op het gebied van educatie juist behouden te blijven. De subsidieregeling schrijft tenslotte voor dat de activiteiten van EYE onder meer gericht moeten zijn op de ontwikkeling op het gebied van filmeducatie en mediawijsheid.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

EYE richt zich met zijn locatie en zijn activiteiten op een groot en breed publiek. De diversiteit is te prijzen en het bereik is indrukwekkend.

De maatschappelijke waarde van EYE is groot als het gaat om het ontsluiten en beheren van de filmcollectie voor toekomstige generaties. ’De educatieve kerntaak van EYE, onder andere vormgegeven in de museale tentoonstellingen en in activiteiten voor jongeren, draagt bij tot kennis en inzicht in de betekenis van film als kunstvorm.

Ondernemerschap

EYE heeft een zeer goed uitgewerkt activiteitenplan gepresenteerd, met realistische cijfers onderbouwd. Het eigen inkomstenpercentage is met meer dan 70 procent zeer hoog.

Om tot een sluitende begroting te komen heeft EYE een kostenpost van 1.100.000 euro voor digitalisering buiten de begroting gehouden. Het instituut schrijft dat het hierover nog in overleg is met het ministerie van OCW; de minister heeft een onderzoek naar mogelijke financiering toegezegd. De onzekerheid over dit extra gevraagde geld betekent een risico voor de financiering en activiteiten van EYE.

In 2009 zegde de minister van OCW toe de subsidie ten behoeve van de stijgende exploitatielasten jaarlijks met 1.650.000 euro te verhogen. In 2011 werd dit verlaagd met 750.000 euro per jaar. EYE worstelt nu met dit gemis; het maakt de druk op EYE nog groter en het dreigt te leiden tot ongewenste besparingen op kernactiviteiten.

Opvallend zijn de personele veranderingen. Bij EYE werkt een mix van vrijwilligers, vast en tijdelijk personeel. Het aantal vaste krachten neemt de komende periode toe met bijna 10 fte en de tijdelijke contracten nemen af met ongeveer hetzelfde aantal. Opvallend daarbij is dat de gemiddelde loonkosten in 2014 fors hoger waren dan in 2013 en in de komende BIS-periode. Een toelichting hierop, of op het personeelsbeleid, ontbreekt in het plan. Een aanvulling is daarom wenselijk.

De Governance Code Cultuur wordt door EYE goed nageleefd.

EYE

EYE

Aanvullend advies
14 juli 2016

EYE schrijft in zijn reactie dat hij niet begrijpt waarom de raad een deel van de sectorondersteunende activiteiten – de promotionele activiteiten – wil weghalen bij deze instelling. De raad heeft eerder namelijk geadviseerd om deze activiteiten bij één sectorondersteunende instelling onder te brengen.

De raad heeft begrip voor de kritiek van EYE, maar hij vindt dat de huidige praktijk niet tot de beoogde meerwaarde heeft geleid. De raad is van mening dat alle activiteiten die betrekking hebben op de promotie van de Nederlandse film beter door het Filmfonds uitgevoerd kunnen worden, omdat dit fonds deel uitmaakt van het financierings- en distributietraject van in Nederland geproduceerde en uitgebrachte films. Promotie is dan een logische toevoeging aan dit traject.

De raad dankt EYE voor zijn toelichting op ‘MovieZone’. EYE reageert ook op de opmerkingen van de raad over het pakket ‘Filmjuwelen’; de instelling kan die opmerkingen niet plaatsen. Wat de raad bedoelt, is dat scholen vaak specifieke wensen hebben en lokaal in gesprek willen gaan over aanbod op maat. Wat wel of geen zinvol aanbod is, hangt vaak af van de wensen van de scholen; die wensen zijn vaak niet eenduidig en daarom is maatwerk nodig. ‘Filmjuwelen’ heeft hierbij zeker ook zijn waarde.

EYE wijst ten slotte op het aantal betalende bezoekers dat in het advies van de raad over Het Nieuwe Instituut staat. Daarin wordt gemeld dat EYE jaarlijks 265.500 betalende bezoekers ontvangt, maar volgens de instelling waren dat er in de afgelopen periode gemiddeld meer dan 300.000. De raad erkent dit. Er had moeten staan dat EYE in 2017 – 2020 jaarlijks 265.500 betalende bezoekers verwacht. Dit getal staat ook in de aanvraag.

De reactie van EYE heeft geen consequenties voor het positieve advies van de Raad voor Cultuur.