Cinekid

Cinekid

Stichting Cinekid Amsterdam (hierna: Cinekid) is een festival in Amsterdam dat jaarlijks plaatsvindt in de herfstvakantie. Het richt zich op drie- tot veertienjarigen en streeft ernaar de kwaliteit van beeldcultuur voor deze groep te bevorderen. Daarnaast wil Cinekid door actieve en creatieve participatie de positie van de jeugd ten opzichte van de media versterken. Het programmeert niet alleen films, maar heeft ook een Medialab en verricht activiteiten die bijdragen aan mediageletterdheid. Bij Cinekid, en in het bijzonder het Medialab, leren kinderen hoe mediaproducties tot stand komen en leren ze om te gaan met technische (media-)innovaties. Daarmee worden ook hun creatieve ontwikkeling en digitale en mediageletterdheid bevorderd. Voor professionals, zowel in de media als in het onderwijs, biedt Cinekid een plek voor kennisuitwisseling en fungeert het als markt voor de jeugdfilm.

Subsidieadvies

De Raad voor Cultuur adviseert Stichting Cinekid Amsterdam een subsidiebedrag toe te kennen van € 635.000, op voorwaarde dat de instelling een aangepast activiteitenplan indient waarin ze aandacht besteedt aan de volgende punten.

  • Cinekid spant zich ervoor in om de publieks- en sponsorinkomsten te verhogen, zodat de afhankelijkheid van de OCW-subsidie niet groter wordt en de subsidie per bezoeker niet nog hoger.
  • Cinekid creëert een grotere reikwijdte buiten Amsterdam en versterkt het programma op de verschillende locaties in het land aanzienlijk.
  • Cinekid brengt de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod op het terrein van de jeugdfilm en de activiteiten op het gebied van media-educatie meer in evenwicht.
  • Op het gebied van de jeugdfilm organiseert Cinekid samenwerking met in ieder geval het NFF.
  • Cinekid dient een nieuwe, sluitende en gedetailleerde begroting in.

Het voorwaardelijk geadviseerde subsidiebedrag is hetzelfde bedrag dat Cinekid in de afgelopen periode heeft ontvangen van het Filmfonds. De plannen die Cinekid in de aanvraag heeft beschreven, rechtvaardigen volgens de raad niet een hoger bedrag. Voor een verdere toelichting verwijst hij naar de Inleiding Film.

Het subsidieplafond voor een festival voor jeugdfilm is zeer hoog. Tegelijkertijd verwacht de instelling 9 procent inkomsten uit betalende bezoekers te halen in 2017. Dit is zeer laag in vergelijking met andere filmfestivals. Cinekid ontvangt nu ruim 18 euro subsidie per bezoeker; bij toekenning van het gevraagde bedrag zal dit 27 euro zijn. Opnieuw vergeleken met de andere filmfestivals, die ongeveer 9 euro subsidie per bezoeker ontvangen, is dit opvallend hoog. Cinekid dient zich daarom meer in te spannen om de inkomsten uit betalende bezoekers en sponsoring te verhogen.

De raad vindt het bereik van Cinekid buiten Amsterdam nu nog te beperkt voor een BIS-instelling. Het festival zou daarom op zoek moeten gaan naar partners in de regio om tot een nationale spreiding te komen. Het doel hierbij is de jeugdfilm naar de doelgroep te brengen en op die manier zo veel mogelijk kinderen in Nederland, zo laagdrempelig en ook zo divers mogelijk, de gelegenheid te bieden hiervan kennis te nemen.

Nederland heeft een naam hoog te houden op het gebied van de kinder- en jeugdfilm. Een festival rondom de (Nederlandse) jeugd- en familiefilm kan bijdragen aan de kwaliteit en positie van dit genre in binnen- en buitenland.

De raad constateert dat in het plan van Cinekid niet de jeugdfilm, maar mediawijsheid of media-educatie centraal staat. Cinekid lijkt hiermee vooral een educatieve ambitie te hebben, waarin film een middel lijkt te zijn. Dit blijkt ook uit de doelstellingen van het festival. De raad vindt de aandacht voor media-educatie belangrijk maar het festivalgedeelte moet, conform de subsidieregeling, nadrukkelijker voor de kinderfilm worden ingericht. Hierdoor zal de zeggingskracht van Cinekid als filmfestival, die het volgens de raad zou kunnen hebben, vergroot worden.

Beoordeling

Kwaliteit

Cinekid doet er veel aan kinderen mediawijs te maken en kennis te laten maken met de werking van (nieuwe) media. Dit gebeurt met name in het populaire Medialab. Naar de mening van de raad zorgt het Medialab ervoor dat het festival vooral praktijkgericht is en hierdoor minder aan een filmfestival doet denken. Op zich maakt dit Cinekid niet minder waardevol, maar de aanvraag van Cinekid draait nu vrijwel volledig om mediawijsheid en media-educatie; films worden veelal niet meer dan één keer getoond. Daarmee heeft Cinekid vooral een educatieve ambitie, waarin film een middel lijkt te zijn. De raad is van mening dat Cinekid beide – belangrijke activiteiten – in balans zou moeten brengen door zich meer te richten op de presentatie van de jeugdfilm, films kijken, filmopvoeding en de kwaliteitsbevordering en -bewaking van de Nederlandse jeugdfilm.

De kosten van Cinekid en Cinekid op Locatie zitten volgens de raad vooral in het inspreken van films, dan wel in de ondertiteling ervan. Ook het feit dat Cinekid deze kostbare activiteiten niet in het plan noemt, wekt de suggestie dat Cinekid aan film en film op locatie minder prioriteit geeft dan aan het onderdeel media-educatie.

De positionering van Cinekid is op zich helder. Maar met deze keuze komen de presentatie en de programmering van film- en televisieproducties minder goed voor het voetlicht. Cinekid heeft daardoor als filmfestival niet de zeggingskracht die het volgens de raad zou kunnen hebben.

Cinekid is niet het enige filmfestival dat aandacht heeft voor kinderen en film. Ook op het NFF, het IFFR en het IDFA worden kinderen bediend, al dan niet via jeugd- en filmprogrammering. Jaarlijks vindt in de voorjaarsvakantie ook het (niet-rijksgesubsidieerde) Fantastisch Kinderfilmfestival plaats. Dit festival reist met een thematisch (school)programma voor kinderen van twee tot negen jaar langs tien filmtheaters in verschillende steden in Nederland. Het wil een kwalitatief hoogwaardig filmprogramma aanbieden dat anders niet of nauwelijks in de bioscopen te zien is. Het is niet duidelijk in hoeverre er overlap of afstemming is tussen het aanbod en de diverse activiteiten van beide festivals. De raad vindt het wenselijk dat deze afstemming wel wordt gezocht.

‘Cinekid for Professionals’ lijkt een behoefte in de markt te vervullen, waarvan met name (internationale) publieke en commerciële omroepen profiteren. Zij zouden het festival mede kunnen financieren. De raad ziet graag dat Cinekid de mogelijkheden hiervoor onderzoekt.

Educatie en participatie

Media-educatie is de grootste activiteit van Cinekid. Met bijvoorbeeld het Medialab, de productie van educatief materiaal, het Cinekid Filmspel, het Cinekid AppLab en de CinekidClub geeft de instelling hier vorm aan. Daarnaast zet Cinekid in op train-de-trainers bij media-educatie (leerkrachten en studenten), zodat de benodigde vaardigheden worden opgebouwd.

Het Medialab is in de loop der jaren een kernactiviteit van Cinekid geworden. De raad vindt het Medialab een mooie vorm om kennis over te dragen. Kinderen komen hier in contact met de techniek achter film en animatie; zij leren er onder meer (animatie)films te maken en basaal te programmeren. Het Medialab is nu echter alleen tijdens de festivalweek en alleen in Amsterdam te bezoeken.

De deskundigheid die Cinekid meent te hebben op het gebied van educatie zou vaker en op een veel grotere schaal ingezet kunnen worden bij overleg over onderwijs en mediageletterdheid, bij andere festivals en in andere steden. Ook dit zou het landelijk bereik van de media-educatie vergroten.

Het bevreemdt de raad dat Cinekid een educatiemedewerker heeft wegbezuinigd en daarvoor in de plaats een projectbureau heeft ingericht dat media-educatie verwerft dan wel faciliteert. Cinekid is niet helder over de financiële afspraken en de personele inzet van het projectbureau. Het is voor de raad hierdoor niet duidelijk of het een intern of een extern bureau is. Ook vraagt de raad zich af waarom Cinekid niet zelf educatief materiaal ontwikkelt, zoals ook andere BIS-instellingen in de filmsector dat doen.

Cinekid heeft mediapakketten ontwikkeld die gericht zijn op mediawijsheid, maar deze zijn, vooral vanwege de licenties, voor veel scholen te duur; daarbij zijn ze niet overdraagbaar. De onderdelen in het educatieprogramma door de jaren heen – Cinekid Filmspel, Cinekid AppLab en Cinekidclub – ontwikkelt de instelling zelf. Hierbij zou een samenwerking met educatieve uitgevers wellicht voor de hand liggen, ook omdat de pakketten dan goedkoper kunnen worden.

Maatschappelijke waarde

Publieksbereik

Cinekid bereikt vooral publiek uit Amsterdam: 62 procent van het publiek komt uit de hoofdstad. De raad realiseert zich dat kinderen minder reismogelijkheden hebben dan volwassenen, maar vindt dit voor een organisatie die in de landelijke BIS is opgenomen toch een te beperkt bereik. De grote sprong die Cinekid hoopt te maken zit in Cinekid op Locatie, maar daarin wil de instelling vooral een faciliterende taak hebben. De raad is van mening dat Cinekid bij de spreiding over het land juist een actievere rol moet spelen. Dit is goed mogelijk door duiding en begeleiding te bieden, zowel met gekwalificeerd personeel als met lespakketten.

De publiekscijfers, met name die voor Cinekid op Locatie, laten zich moeilijk lezen. De totale bezoekersaantallen dalen met bijna 18.000 tussen 2013 en 2104; tot 2020 verwacht Cinekid een stijging van bijna 6.000 bezoekers. Cinekid geeft geen precieze cijfers over het publieksbereik en de publieksopbouw. Het is eveneens opvallend dat er, ondanks een toename van activiteiten (ook landelijk), geen significante toename is van bezoekersaantallen en publieksinkomsten.

Cinekid wil meer middelen, zodat het meer mogelijkheden heeft om te communiceren met het publiek. Het is de raad niet duidelijk wat de instelling daarmee precies bedoelt. De raad ziet vooral de noodzaak van deelname van meer kinderen uit het hele land aan het programma van Cinekid. Om dit te realiseren, is het van belang de kosten hiervoor zo laag mogelijk te houden.

Ondernemerschap

Cinekid doet het uitstekend op het gebied van fondsenwerving en voert een goede lobby voor zijn activiteiten. Niettemin is het opvallend dat Cinekid verwacht dat de sponsor- en publieksinkomsten de komende jaren zullen dalen. Dit wordt in het plan niet toegelicht. Wel wordt gemeld dat de afhankelijkheid van de gevraagde structurele subsidie toeneemt. Ook is niet duidelijk welke kosten gemoeid zijn met het projectbureau.

De raad vindt negen procent inkomsten uit betalende bezoekers, begroot voor 2017, laag in vergelijking met andere filmfestivals. Tegelijkertijd ontvangt Cinekid, bij toekenning van het gevraagde bedrag, 27 euro subsidie per bezoeker. Zeker vergeleken met de andere filmfestivals, die ongeveer 9 euro subsidie per bezoeker ontvangen, is dit buitensporig hoog.

De markt die Cinekid organiseert, is ook een ontmoetingsplek voor professionals op het gebied van de jeugdfilm. De raad vindt dit een belangrijke functie, maar meent dat dit ook ondergebracht kan worden bij NFF, IFFR en IDFA, of dat met deze festivals een intensieve samenwerking wordt gezocht.

Het personeelsverloop bij Cinekid is groot. Vrijwel jaarlijks zijn er andere mensen verantwoordelijk voor het zakelijke beleid of voor programmaonderdelen. De raad vraagt zich af wat de oorzaak hiervan is. Het gevolg is in ieder geval dat het vakmanschap hierdoor niet beklijft en er steeds opnieuw in kennis en kunde moet worden geïnvesteerd.

Cinekid zegt vrijwilligers te werven met een cultureel diverse achtergrond. Dat is een prima streven, maar het roept de vraag op waarom Cinekid niet dezelfde ambitie heeft ten aanzien van het vaste personeelsbestand. Bovendien is niet duidelijk in hoeverre de instelling erin slaagt dergelijke vrijwilligers te werven. In de aanvraag ontbreekt een inhoudelijke beschrijving van het personeels- en beloningsbeleid. Cinekid werkt met veel flexibele arbeidskrachten, maar heeft hierover in zijn plan geen apart beleid opgenomen.

Cinekid onderschrijft de Governance Code Cultuur, maar uit het plan wordt niet duidelijk wat de samenstelling, deskundigheid en diversiteit van het bestuur is.

Cinekid

Cinekid

Aanvullend advies
14 juli 2016

Cinekid heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt om te reageren op het advies van de raad; hij gaat ook in op een passage uit de Inleiding Film. Hierin schrijft de raad dat het hogere subsidieplafond voor Cinekid – in vergelijking met het subsidieplafond voor de andere filmfestivals – zorgt voor een ongelijke verhouding, en dat hij dat onwenselijk vindt. Cinekid is van mening dat de raad met zijn advies juist zorgt voor een onevenredige verhouding, aangezien het geadviseerde gemiddelde subsidiebedrag 948.333 euro is.

De raad ziet dat anders. Hij relateert de onevenredigheid aan de inhoud van de festivals terwijl Cinekid het lijkt te relateren aan de subsidieplafonds. De raad heeft alle filmfestivals in relatie tot elkaar beoordeeld en blijft van mening dat de door hem geadviseerde subsidieverdeling meer recht doet aan de aard, activiteiten, betekenis en het bereik van de verschillende festivals.

Cinekid is het niet eens met de constatering van de raad dat niet alleen Cinekid, maar ook EYE en de andere filmfestivals in de BIS in meer of mindere mate kwalitatief hoogstaand aanbod en activiteiten op het terrein van jeugdfilm en filmeducatie verzorgen. De raad wijst erop dat uit de aanvragen en het beleid van de andere festivals is gebleken dat hiervoor – en dan met name voor educatie – wel degelijk aandacht is.

Cinekid stelt dat het subsidiebedrag per bezoeker veel lager is (tussen 16,71 euro en 16,35 euro) dan het bedrag dat de raad in zijn advies noemt (27 euro). Volgens de instelling is de raad uitgegaan van een onjuist aantal bezoekers. De raad heeft echter de informatie gebruikt die Cinekid zelf op het aanvraagformulier heeft ingevuld. De berekening van het subsidiebedrag per bezoeker voor de periode 2017 – 2020 heeft de raad gebaseerd op de gemiddelde structurele subsidie in die periode (1.535.000 euro) en het gemiddelde aantal bezoekers (56.900). Gedeeld door elkaar komt dat neer op 26,99 euro per bezoeker.

Cinekid gaat in zijn berekening ten onrechte uit van het totaal aantal bezoekers plus het aantal deelnemers aan overige activiteiten. Ook als de raad wèl de berekeningsmethode van Cinekid zou hanteren, en die ook zou toepassen op de andere aanvragen, zou de subsidie per bezoeker (19,59 euro) nog altijd tweemaal zo hoog zijn als bij NFF en IFFR en driemaal zo hoog als bij IDFA. Eventuele aanvullende of nieuwe informatie die de instelling in haar reactie geeft, kan de raad niet bij zijn berekening en oordeel betrekken (zie Inleiding Film).

Cinekid is van mening dat de raad een verkeerd beeld schetst van het publieksbereik. Volgens Cinekid komt 38 procent van het bezoek uit Amsterdam en 62 procent van daarbuiten; de raad stelt dat dit precies andersom is. Hij is afgegaan op hetgeen Cinekid in zijn aanvraag schrijft onder ‘Samenstelling publiek (2014)’. Hier staat ‘Regiospreiding: Amsterdam 62 procent; landelijk 38 procent’. Uit de cijfers die Cinekid heeft meegestuurd met zijn reactie kan de raad niet opmaken of de verhouding inderdaad anders is.

De raad schrijft in zijn advies dat in het plan van Cinekid niet zozeer de jeugdfilm, maar vooral mediawijsheid of media-educatie centraal staat. Volgens Cinekid staat de jeugdfilm wel degelijk centraal. In haar reactie schrijft de instelling dat films in 2014 gemiddeld 2,3 keer per locatie zijn vertoond; voor ‘Cinekid op Locatie’ geldt dat er 73,2 vertoningen per titel waren.

De cijfers die Cinekid voor zijn berekening gebruikt, kan de raad niet uit het plan halen. Daarin staat dat er 85 films worden geprogrammeerd die 125 keer worden vertoond. Dat zijn circa 1,5 vertoningen per film. De televisieprogrammering geeft een vergelijkbaar beeld: 55 producties en 80 vertoningen. Op grond daarvan blijft de raad erbij dat uit de aanvraag van Cinekid blijkt dat het accent maar deels op de jeugdfilm ligt. De raad is van mening dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de (Nederlandse) jeugdfilm en ziet daarin voor Cinekid een belangrijke taak weggelegd.

De raad schrijft in zijn advies dat Cinekid een kostbare activiteit als het inspreken van films niet in zijn aanvraag noemt. Dit is volgens Cinekid een onjuiste constatering, want hij noemt activiteiten als vertalen en dubben wél. De raad erkent dit. Hij hoopt van harte dat nog meer wordt voorzien in dit soort activiteiten, zodat het aanbod van kwalitatieve jeugdfilms op de Nederlandse markt zal toenemen.

Anders dan de raad stelt Cinekid dat hij onderdelen uit het Medialab gedurende het gehele jaar ook op andere locaties dan alleen in Amsterdam aanbiedt. De raad is verheugd kennis te nemen van deze nuancering.

De raad schrijft in zijn advies dat de relatie met het projectbureau dat het media-educatieve programma faciliteert niet helder is beschreven en dat het hem niet duidelijk is of het een intern of extern bureau betreft. Anders dan Cinekid in zijn reactie suggereert, schrijft de raad niet dat het om een extern bureau gaat.

Cinekid schrijft in zijn reactie dat hij nergens zegt dat het projectbureau ‘slechts verwerft of faciliteert’. De raad heeft gemeld dat dit een taak is van het bureau, en heeft zich daarbij gebaseerd op de tekst op bladzijde 7 in de aanvraag: ‘Projectbureau: verwerft/faciliteert media-educatie voor kinderen in opdracht van derden (onderwijs, culturele instellingen, bedrijfsleven), door het jaar heen.’ Dankzij de reactie van Cinekid heeft de raad nu meer duidelijkheid over het projectbureau.

De raad vraagt zich in zijn advies af waarom Cinekid niet zelf educatief materiaal ontwikkelt. Cinekid zegt dit wel te doen. In de aanvraag schrijft de instelling dat het per film educatief materiaal aanbiedt en dat zij educatiemateriaal, werkmethodes en geschiktheidsadviezen ontwikkelt voor verschillende leeftijdscategorieën. De raad erkent dit en neemt zijn eerdere uitspraak hierover terug. Overigens heeft de raad het overzicht over de lesbrieven dat Cinekid in zijn reactie noemt niet in de aanvraag teruggelezen.

In zijn reactie laat Cinekid weten dat het niet vooral een faciliterende rol wil spelen. De raad schrijft in zijn advies dat dit wel het geval is, omdat in het plan van Cinekid staat dat de locaties een programmering kunnen kiezen uit verschillende pakketten. Ook schrijft Cinekid in zijn plan dat het de decentrale rol wil versterken en locaties meer kansen wil bieden met een up-to-date programmering, films, workshops en installaties. Cinekid wil de locaties ook aanmoedigen lokale kunstenaars en workshopleiders erbij te betrekken, zelf films te programmeren, maatwerk te leveren en echte Cinekidfestivals te organiseren, inclusief een scholenprogramma.

Hierin leest de raad dat locaties onder het merk Cinekid – tegen betaling – een aantal films kunnen vertonen of installaties kunnen huren. Voor veel locaties zijn de kosten te hoog en is er los van het merk Cinekid nauwelijks een toegevoegde waarde, meegeleverde service of kennis en verdieping. Het louter tegen betaling aanbieden van (oude) films, vergezeld van Cinekid-brochures, is niet voldoende. De raad verwacht van een organisatie als Cinekid dat zij verdieping aanbiedt. Op basis van de monitoring door de raad blijkt dat ook de locaties meer verwachten van ‘Cinekid op Locatie’. Bovendien blijkt uit de reactie van Cinekid dat hij vooral doet wat de raad opmerkt: faciliteren en inspireren; niet zelf organiseren. Cinekid zou niet alleen het idee en merk maar het hele pakket, inclusief de organisatie en uitvoering, moeten leveren.

De raad schrijft in zijn advies dat Cinekid geen exacte cijfers geeft over publieksbereik en publieksopbouw. Cinekid bestrijdt dit en verwijst in zijn reactie naar zijn plan, maar daarin worden alleen de doelgroepen genoemd en enkele percentages over de regiospreiding, de Amsterdamse spreiding en over nieuw en herhaalpubliek. De raad mist een specificatie van de bereikcijfers, bijvoorbeeld naar leeftijdsgroep, schoolsoort, schoolniveau en regio.

Cinekid is het niet eens met de constatering van de raad dat de instelling weinig inkomsten heeft uit betalende bezoekers (9 procent). De raad bevestigt dat Cinekid een hoog eigen inkomstenpercentage heeft, maar stelt tevens vast dat dit komt door hoge sponsorinkomsten, incidentele subsidies en overige inkomsten. Dit doet niets af aan de constatering dat de inkomsten uit betalende bezoekers laag zijn in vergelijking met andere festivals.

Cinekid schrijft dat zijn activiteiten, anders dan de raad suggereert, niet toenemen. Maar de raad constateert, op basis van cijfers die Cinekid zelf heeft verstrekt, dat hiervan wel degelijk enigszins sprake is. Hetzelfde geldt voor de publieksinkomsten: in tegenstelling tot hetgeen Cinekid schrijft, nemen die niet significant toe: in 2017 – 2020 is er een stijging van 2,2 procent ten opzichte van de voorgaande periode.

De raad spreekt in het advies zijn zorgen uit over het personele verloop bij Cinekid, met name bij de zakelijke leiding en de programmaonderdelen. In zijn reactie laat Cinekid weten dat de raad dit niet kan opmaken uit de personele gegevens. De raad meent dit, met name met betrekking tot de zakelijke leiding, wel te kunnen concluderen. Hij constateert dat Cinekid vier verschillende zakelijke leiders heeft gehad sinds 2012. Dat vindt de raad opvallend veel.

In reactie op een opmerking van de raad over culturele diversiteit laat Cinekid weten wel degelijk de ambitie te hebben om ook een cultureel divers werknemersbestand te creëren. Hij heeft het alleen niet expliciet gemaakt in de aanvraag. De raad is verheugd dit te vernemen.

De Raad voor Cultuur ziet in de reactie van Cinekid geen aanleiding het advies te herzien.